donderdag 3 november 2011

Orangutannetjes!


Hm, ben ik bezig met nieuw stukje, blijkt er nog een klaar te liggen - komtie:


Nou had ik al heel lang gewacht met het vertellen dat het er allemaal goed uitziet kwa toekomstperspectief (terwijl ik daar toch al een maand of 9 mee bezig was), maar toch blijkt weer: nooit de huid verkopen voordat de beer geschoten is - loze beloftes heeft niemand wat aan... Er is nog steeds geen definitief nieuws te vertellen, wat ondertussen toch wel een beetje frustrerend begint te worden – aangezien het nu toch wel dicht bij het einde van het “jaartje eventueel geen geld verdienen” komt, en ik niet echt naar salarisbetalende alternatieven heb gezocht..... 
Anyway, het weerhoudt me niet van steeds weer terug te gaan naar mijn oranje vrienden – omdat het gewoon ZO leuk is..

Boven Kalimantan moesten we met het vliegtuig door een hele dikke rookwolk, veroorzaakt door de bosbranden die zichtbaar werden toen we al redelijk dicht boven de grond zaten – het was nog steeds erg droog, wat het allemaal alleen maar makkelijker maakt voor de mijn en palmolie industrieen... eikels .. :-(


Een van de slachtoffers van die branden was een klein Ou’tje, die binnen werd gebracht  en onder de brandwonden zat. Die meneer had wel een beetje raar verhaal: een kennis van een kennis had m gevonden tijdens de brand, terwijl z’n moeder dood was, en toen kwam hij met het brljante plan om hem meteen naar ons te brengen.. Maar de brandwonden leken iig een paar dagen oud, dus we hebben het vermoeden dat de meneer hem zelf heeft willen houden, maar toen bleek dat hij bijna doodging, heeft hij hem alsnog naar ons gebracht.. Maargoed, nu konden we hem tenminste nog redden. Heel veel TLC, verbandjes, zalfjes, infusen, en vette pijnstilling later, lijkt het allemaal wel goed te gaan, gelukkig. Het was echt hartbrekend om zo’n klein zielig aappie te zien lijden... Maar, grappig detail: we hebben hem Bernie genoemd – maar dan wel uitgesproken op z’n engels: “burny” – ach, hij merkt daar niets van :-)

Normaal ben ik, voornamelijk dankzij mijn ervaring met de onvertrouwbare en linke gibbons in Thailand, altijd heel voorzichtig in de buurt van de kooien, houd altijd afstand – terwijl die OU’s, behalve de grote mannen, toch eigenlijk nooit iets doen.. 
Ik was met collega/engelse d’arts R. even naar een OU aan het kijken die ik de vorige keer op een behandeling had gezet voor een schimmel infectie in zijn neus/lip – en het ging allemaal goed. Terwijl ik aandachtig stond te kijken, bleek buurman Bobby een redelijk groot gat in zijn kooi te hebben, waardoor hij mij opeens bij mijn shirt/arm pakte, en probeerde naar binnen te sleuren.. Sterk! En niet loslaten, he.. Paar dagen later had ik nog blauwe plekken in de vorm van OU vingers op mijn bovenarm..  
Meestal kan je dit makkelijk oplossen door af te leiden, wat R. dus ook deed met voer, maar zonder resultaat – toen ik echt heel dicht tegen de kooi aangetrokken was, vroeg ze dus: zal ik er maar een paar teknisi bij roepen? Nou, goed idee, zou ik zeggen... Terwijl zij wegrende, probeerde Bobby mij door dat gat te bijten, dus ik stomp hem op z’n neus – en toen was hij ECHT pissed off... Gelukkig kwamen toen de teknisi om met behulp van stokken hem van me af te slaan (waar ze later hun excuses voor aanboden, de lieverds..). Bij terugkomst in de kliniek, zei collega M. : “maar Bobby is zo’n schatje, ik kan alles met hem doen.. wat zielig voor hem...”  grrrr :-)

Door die hele ervaring was ik dus nog voorzichtiger geworden voor kooien achter me - en we hebben VEEL kooien... Doet soms helaas een beetje aan als een gevangenis, en dat is heel triest om te zien, als ze je indringend aankijken, en hun arm tussen de tralies uitsteken.. Kan er tranen in mijn ogen van krijgen als ik er teveel over nadenk..  En net als in overbevolkte gevangenissen waar teveel mannen in een kooi zitten, is er vaak eentje de sjaak, en moet dan altijd “het zeepje oprapen” voor de dominante man in de kooi – stelletje gefrustreerde gasten zijn het soms hoor (zal niet in detail treden hier..).

Maargoed.... ik moest op gegeven moment een OU verdoven, en aangezien we alleen maar de lange blaaspijp hadden,  en niet met mijn rug dicht bij de kooien achter me wilde staan, moest de blaaspijp een flink stuk de kooi in. Da’s niet handig, want zo’n OU man is blijkbaar in minder dan een seconde bij je, en heeft die blaaspijp te pakken... En toen wassie stuk. Jammer, zijn dure dingen.. Binnenkort maar eens een inzamelingsactie beginnen...


Ik draaide ook mijn eerste nachtdienst – tot nu toe is mij dat bespaard gebleven, uit soort van beleefdheid ofzo, aangezien ik als ‘senior’ wordt beschouwd. Maarja, orangutandoktertje spelen betekent ook ‘snachts je bed uit, als je niet helemaal meedoet is het ook zo flauw tenopzichte van die andere dierenartsen. 
Ik werd in het begin ook altijd met ‘pak’ (meneer) aangesproken, maar dat ligt mij niet zo. Ik ben dus ook heel blij dat steeds meer babysi(s)ters en teknisi (dierverzorgers) mij gewoon ‘mas' (broer) Joost noemen - mooi.


Anyway - het begon tijdens de nachtdienst meteen al goed: een OU was ontsnapt uit een van de kooien in NM2, een paar km verderop. Hij was ondertussen al weer gevangen door de avonddienst, maar ik moest even kijken of hij al wakker was/wakker maken. Dus ik op het brommertje in het donker over het zandpad al slangenontwijkend daarnaartoe (ja, dat is mooi...). Bizar wat een kracht die OUs hebben: dikke stalen tralies gewoon omgebogen – ok, ze waren wel een beetje verroest, maartoch, ik doe het ze niet na. Hij sliep nog, dus wakker gespoten, en toen ik later kwam kijken was hij gewoon wakker – al zag ik toen met mijn zaklamp dat ook in zijn nieuwe kooi er wat verroeste tralies zaten.. Maar dat was de volgende dag gefikst.

De enige patienten die ik had was ons zielige brandwonden kindje, en een 7jarige (maar nog goed hanteerbare) OU die een beetje onverklaarbaar ziek was. Of in ieder geval deed: man, wat kon die goed ziek doen – een echte dramaqueen. Ik dus om de 2 uur even kijken, temperatuur opnemen, beetje drinken geven, kijken offie had gepoept zodat ik dat kon onderzoeken, dat soort dingen. En ik maakte me ook best een beetje druk of het wel allemaal goed ging. Om 6u nog even wezen kijken, maar nog steeds geen poep, al leek hij iets beter te voelen: zo zat hij lekker aan het hangslot te rommelen toen ik wegging. Ik schreef dus ook op het nachtrapport “hij denkt het slot open te kunnen krijgen, nou: succes! :-)” . Kwart voor 7 kwam S. binnen met de vraag waarom ik het raam van het huisje waar hij in zat had open gedaan.... DAMN! Haddie gewoon de andere deur met bruut geweld opengebroken, en was door het raam ontsnapt... Een orangutan kwijtraken tijdens je nachtdienst krijg je in het algemeen geen pluspunten voor... Maargoed, later die avond zag ik iets in het donker achter de keuken door de bosjes lopen, dus er bovenop gesprongen, en mee terug naar z’n kooi genomen.


De lokale konservasi afdeling van het ministry of forestry had een Casuary in hun soort van dierentuintje staan, en aangezien er een boom was gevallen, moest die naar een ander verblijf worden overgeplaatst. Nou staan deze struisvogelachtige vogels bekend om hun trapvermogen waardoor ze iemand kunnen openreten met hun grote teen nagels, dus kwamen ze even langs voor help. Ik was even bij de OUs in NM2, maar mijn collega's vertelden de meneer dat ik, met mijn vogel ervaring dat wel kon oplossen. Dus even later met collega M. (ja, die van die grap over Bobby - goeie vent) er naartoe. M. kan goed met de blaaspijp overweg, dus ik aangeven hoeveel, en waar schieten om te verdoven. Is redelijk lastig bij die jongens, aangezien er altijd veren in de weg zitten, dus verder dan een beetje verdoofd kwamen we niet. Dus ging ik met op oude vertrouwde Blijdorp wijze met een bord/kooideur die kooi in om hem naar de transport kooi te gidsen.. Maakt me echt blij dit soort werk..



De Lori was ondertussen weer helemaal opgeknapt en vrij gelaten, poezzie had een nieuw huis gevonden, en makaakje Feli haar beentje was mooi geheeld. Nou ja, de huid was weer dicht. Vanaf de knie naar beneden had ze geen gevoel, en hing het er allemaal een beetje slap bij, waardoor er weer allemaal nieuwe wonden waren ontstaan, die ze vakkundig had verergerd door eraan te bijten. Amputatie is wat mij betreft op zo’n moment het beste: zo’n aappie kan best op drie poten verder – maar er was enige terughoudendheid om dat ook echt te doen in de tijd voordat ik er was. Na overleg met het team had ik iedereen overtuigd dat dit het beste was, en was een van de dierenartsen (wederom M.) bereid om het onder mijn begeleiding te doen. Result! 



We hebben een redelijke kliniek, maar niet echt voorbereid op dit soort zaken, al was er wel een klein botzaagje te vinden, dus moest het goed komen. Totdat halverwege de operatie de stroom uitviel, en we dus bij zaklamplicht de operatie hebben voltooid...  Mooi werk

vlak na de operatie alweer melk drinken - het is zo'n schatje..

vrijdag 14 oktober 2011

Aapjes!


Voor het bootjevaren en boobies kijken zat ik weer een aantal weken tussen mijn oranje vrienden in het bos. ‘Het bos’ is redelijk makkelijk te bereiken vanaf Bogor: een paar uurtjes rijden naar het vliegveld van Jakarta, anderhalf uur vliegen na meestal een flinke vertraging afhankelijk van de goedkope luchtvaartmaatschappij (~$30 enkele reis), en dan 3 kwartier rijden - om Vinnie’s vraag van een paar weken geleden maar eens te beantwoorden...  Enneh, Vinnie: deel van het werk is natuurlijk het voorbereiden op de terugkeer naar de natuur, waar we ze hopelijk een jaartje kunnen volgen met behulp van onderhuidse transponders (ronde zendertje in plastic rechts), die een VHF radiobliepje doorgeven. En okay, het lijkt niet echt op een salmiakknots waar het stokje van is afgebroken :-)

Ik vind het heerlijk om gewoon een beetje te dokteren, zonder de dagelijkse rompslomp en problemen waar je mee te maken hebt als je een project leidt - en zoals Carola die nu dus ook dagelijks meemaakt.. Trouwens, ik ben superblij voor haar - en trots - dat ze zich nu nuttig kan maken.. Samen met haar Master's studie is het best pittig allemaal - het zijn lange dagen, 7 dagen per week, en zien we elkaar dus ook niet zo vaak these days, zeker als ik dan ook nog eens op Kalimantan zit te dokteren.. Daarnaast zijn haar patienten niet zo fotogeniek als die van mij, en privacy technisch ook niet zo makkelijk om over te bloggen - kijk, ik ouwehoer gewoon een beetje, plak er een paar cute fotos bij, en ik heb weer een blogstukje. De dingen die Croola meemaakt zijn echt schrijnend, en dus is het zulk ontzettend belangrijk werk dat ze doet. REPSECT.

Maargoed, tot zover de schouderklopjes - terug naar mijn verhaal: De chef van de veterinaire afdeling was door priveomstandigheden afwezig, en er waren 2 dierenartsen op vakantie, dus kon mijn hulp goed gebruikt worden bij de dagelijkse gang van diergeneeskundige zaken - er is altijd wel iets te doen als je 'n dikke zes honderd orangutans bij elkaar zet..

Maar deze keer waren er ook andere dieren, Feli - een jong makaakje, die in beslag genomen was bij zijn vorige eigenaar, om daarna bij ons vreselijk te grazen genomen te worden door een van de vele wilde makaken die normaliter elke dag de voervoorraad leegroven, en een beetje dominant mensen de weg versperren als ze over de vlonders in het moeras naar hun huisje proberen te lopen – redelijk irritant... Feli's hele been lag open, en alle spieren waren zo'n beetje gescheurd. Ze was al eerder gehecht, maar de wond was weer opengegaan - toen ik daar kwam bestreek die zo’n beetje de hele achterkant van het been, al zaten de spieren al wel weer aan elkaar. Samen met engelse collega R. hebben we toch nog genoeg vel bij elkaar weten te sprokkelen om die wond weer (bijna) dicht te krijgen. En zo kon Feli met mooi verbandje, en enigszins wauws van de zware pijnstillers terug naar haar vriendje: het paar weken oude naamloze kitten met niesziekte. Leuk stel zo met z’n tweeen :-)


Ook was er een Lori die een beetje lag te verpieteren, aangezien niemand wist wat ze met zo’n raar aapje met gifklieren onder z’n armen moesten doen, en ik toch 2 dagen later daar zou zijn (en ik ondertussen part-time Lori-dokter ben.. :-). wonderbaarlijk wat een beetje antibiotica, krekeltjes voeren en TLC kunnen doen. Ondertussen issie alweer fit, fris en vrolijk, en losgelaten in het bos.

Ik kreeg de eerste dag de dienst bij de hele kleine orangutans, en terwijl normaal diensten om de paar dagen van afdeling verschuiven, ben ik er de hele tijd geweest. Daar zijn verschillende redenen voor: het is de leukste afdeling aangezien ze nooit in kooien zitten en je dus elke dag met ze in het bos kan spelen :-), maar ook om serieuzere zaken te verrichten, zoals het verminderen van medicijngebruik door constante monitoring, het circadiaans ritme (normale dag-nacht lichaamstemperatuurschommelingen) in kaart te brengen - en daardoor het overmatig gebruik van koortsremmers te verminderen, begeleiden van de babysi(s)ters, en het oplossen van het chronische diarrhee probleem (of in ieder geval te proberen in het laatste geval). Verder een beetje onsnapte apen vangen, vingers amputeren, apen darten – echt alleen de leuke klusjes - soms is het een voordeel om de oudste met de meeste ervaring te zijn :-)



Daarnaast had ik me gestort op het herschrijven van protocollen, die een paar jaar geleden door een kinderarts zijn geschreven. Nou zal de beste man dat vast vol goede bedoelingen hebben gedaan, maar: dude, bemoei je met je eigen zaken – ik ga toch ook geen protocols voor het kinderziekenhuis schrijven? Kinderen en orangutans zijn namelijk NIET hetzelfde.. Ik kan hier heel lang over doorgaan, maar doe het maar niet... *mompelt nog iets over artsen die over maar 1 soort hebben geleerd (die ook nog eens kan vertellen wat er scheelt), geen rekening houden met verschillende soorten dier of wilde dieren gedrag, zichzelf de koning van de wereld vinden, irritante betweters zonder zelfreflectie zijn, en dierenartsen die natuurlijk veel slimmer, veelzijdiger, leuker, aardiger, zelfreflecterender, en WEL de koning van de wereld zijn ;-)*




Maargoed.  Het waren een paar heerlijke "werk"weken. 
Probleem was alleen wel dat het langere tijd niet had geregend, het zeer droog was, en er overal in de buurt bosbranden waren, waardoor de lucht vaak bruingrijs was, en je soms echt middenin een rookwolk zat. Het uitzicht uit mijn slaapkamer raam, 'sochtends vlak na zonsopgang, was dus niet altijd zo mooi als dit..


Vogeltjeskijken

Ik mag me dan wel wat meer concentreren op de harige oranje (bijna)medemens, maar vogeltjes kijken blijft mooi natuurlijk.. Zeker als dat betekent dat je even tijdelijk herenigt met je twee steunpilaren tijdens drie jaar vogeltjesvangen in Indo: L. en N. (foto:in het midden). Ondertussen werken zij ook niet meer voor “the American people”, maar zijn met hun eigen vogelmonitor projecten bezig. Engelse ex-collega N. -fanatiek vogelaar die destijds ook mee was naar Papua - ging ook mee, aangezien hij hun projecten op gang houdt dmv fondsen werven, proposals schrijven, en dergelijke.

Een doorlopend project van L. En N. is het strandvogeltjes kijken, en proberen van die jongens met oranje zwarte vlaggetjes om hun poten (specifiek voor Indo, en die wij dus destijds hebben vastgemaakt) te vinden, of eventueel met een andere vlaggenkleurcombinatie, welke dan weer specifiek voor een ander land/deel van de migratieroute is. Op deze manier kan het vogelmigratieHQ in Australie meer info verkrijgen over het doen en laten van de wadvogels in de ‘flyway’ – en is ons vogeltjesvangen werk niet voor niks geweest.




Een van hun andere projecten gaat over zeevogels. Het mooie van deze vogels bestuderen is dat je een paar dagen een boot moet huren om ze te vinden: de naam “zeevogels” is niet voor niets gekozen.. :-) Ik moest een beetje schuiven in de agenda - barbeque bouwen en surfen zijn niet uitermate datumgebonden :-) - maar ik kon mee. Ouderwets een paar dagen niet douchen, en voor dag en douw met de verrekijker in de hand op zoek naar vogeltjes, heerlijk... De uitgekozen plek was de Banda Strait, aan de zuidwestkust van Java, tussen het Ujong Kulong national park en Sumatra/Krakatoa vulkaan, zeg maar.

Ik was daar nog niet eerder geweest, maar het is echt een supermooi gebied – puur natuur, met primair regenwoud wat totaan het strand reikt: zeg maar wat de eerste Europeanen zagen toen ze hier met hun boten naartoe kwamen, dus voordat de eerste stappen richting de ontbossing en verdere verkrachting van de natuur werden genomen..

Het is een uurtje of 6 rijden vanaf Bogor, en om 03:00 kwamen we bij de aanlegplaats van de boot aan. Mooie tijd om nog even uilen en nachtzwaluwen te kijken. Daarna nog een beetje gelezen op mijn bed in een van de drie kajuiten, om even later door L. wakker gemaakt te worden aangezien we waren vertrokken. Kopje koffie, opkomende zon, met voor ons alleen maar zee, en achter ons een steeds kleiner wordend Java.. Al snel vlogen er een paar fregatvogels over, en zat er een hele ‘kudde’ sternen achter een vissersboot aan – dat beloofde veel goeds!!

Maarja, loze beloftes heeft niemand wat aan, dus ook aan deze niet... De eerste dag bleef het een beetje bij de vogels van vlak na vertrek, en een paar verdwaalde sternen op zee... Dat is waarschijnlijk ook de reden dat dit soort vogels niet zo goed bestudeerd worden in dit deel van de wereld – omdat ze zo verdomd moeilijk te vinden zijn op open zee: Je hebt een groot bewegend blauw vlak voor je, en dan moet je op zoek gaan naar kleine stipjes in de verte, die dan ook nog eens de vervelende eigenschap hebben om vlak boven het oppervlak te vliegen, waardoor je ze achter de golven niet ziet...


  


Maargoed, het is natuurlijk al mooi om een dagje in dat gebied te varen, heb hele vette golven gezien, en herten en dolfijnen toen we ‘smiddags langs de kust van Ujong Kulong voeren, waar we ook het anker uitgooiden. (Een dikke week later strandde daar vlakbij een stuk of dertig dolfijnen – ik was ondertussen alweer op Kalimantan bij de orangutannetjes, dus kon (helaas) niet helpen bij het terug in zee duwen, of eventueel patholoog spelen...) Het was mooi weer, dus even naar het strand gezwommen om een beetje te verkennen - en al zwemmend kwallen te ‘aaien’ :-/... Supermooi afgelegen strandje, met in het zand alleen de sporen van wilde dieren uit het national park, overvliegende visarenden, en een aantal soorten reigers in het moeras.. Er waren ook een aantal recente zeeschildpad nesten, inclusief de sporen van varanen die die nesten ook heel goed hadden weten te vinden, en sommige nesten hadden leeggeroofd.. Ondertussen werd het eten klaargemaakt door de crew. We zaten op een vissersboot, met de bedoeling om vis te vangen tijdens de rit, maar dat geluk was ons niet gegeven: volgens mij hebben we gefrituurde aasvisjes gegeten... Ook ‘snachts vissen was uitermate doelloos, zelfs met de felle lampen en leuke visdetector gadget.. De vorige keer konden ze 'snachts vanaf de boot de vliegende vissen in de lucht vangen met netten, en ik had dat deze keer ook heel graag gedaan..


De volgende ochtend de zon zien opkomen, en vol goede moed op pad – met veel succes deze keer! Allerlei soorten sternen, fregatvogels, stormvogeltjes, en een kolonie bruine genten. In het engels hebben ze een veel mooiere naam: brown boobies (hihi..). En wat is er nou mooier dan op een boot zitten en de hele middag fotos te maken van allemaal brown boobies om je heen? ;-)

Bij terugkomst in Bogor de zwembroek ingepakt om de volgende dag naar de zuidkust van Java te rijden voor een paar daagjes surfen met het vrouwtje.. Het leven als ‘zelfstandig ondernemer’ is helemaal niet zo slecht..


woensdag 28 september 2011

De werkende wereld van HIV en AIDS




Terwijl Joost zich bezig houdt met de aapjes in Kalimantan en morgen weer voor een tijdje zal vertrekken naar het veld, ben ik nog goed bezig met studie en werken in de kliniek. Ik zal jullie niet vermoeien met de muliple logistic regression methoden en survival graphs, die ik momenteel aan het bevechten ben, maar ik vind het erg leuk om te doen. Als alles goed gaat, ben ik eind volgend jaar klaar met mijn masters en kan ik eens gaan kijken of ik eindelijk een betaalde baan kan krijgen of me op een bepaalde manier in het project van de kliniek kan schrijven zodat dat ook ik betaald wordt. Het wordt wel eens tijd na 3 ½ jaar..

Tja, de kliniek.. zoals veel, gaat ook dit langzaamaan vooruit en moet ik persoonlijk nog heel erg wennen aan de manier hoe mensen hier over het algemeen werken. Zo hadden we vorige week een vergadering bij het ministerie van gezondheidszorg, die om 9  uur zou beginnen. Ik word dan onrustig als om 9 uur de mensen er nog niet zijn met wie ik daarheen zou gaan. Ik ga dan zweten om half 10 en begin te briesen om 10 uur. Dan.. doodgewoon komt de persoon in kwestie om half 11 binnen, gaat nog even e-mail checken en doet een bakkie koffie. Ik stuiter dan inmiddels tegen het plafond aan en het zweet loopt over mijn rug. Als ik dan voorstel om 11 uur dat het misschien een goed idee is om nu te gaan, is de reactie: ach.. iedereen is toch altijd te laat, de zogenaamde jam karet ofwel: tijd is rekbaar. De leukste opmerking over dit fenomeen, kreeg ik gisteren van de dame van de financiën, die zei:’ o..ja.. ik heb inderdaad gehoord dat bule’s (zoals blanken hier genoemd worden) niet van wachten houden, waarom is dat?’ Ja, antwoord daar maar eens op... Misschien omdat als je de hele tijd op mensen aan het wachten ben en daardoor dingen moet uitstellen en opschuiven, je niet veel gedaan krijgt op een werkdag?

Het is een apart fenomeen en kan mijn vinger er nog niet helemaal opleggen, waarom het zo gebeurd. Wat ik wel weer is dat het werktempo daardoor laag ligt en het soms als vakantie aanvoelt. Beetje (veel!!) kletsen, beetje koffiedrinken, facebooken, voetbal kijken en you-tuben.. en dat allemaal tijdens een werkdag. Ik heb uitgerekend dat er ongeveer 2 uur per dag effectief (naar mijn idee) gewerkt wordt en dat de rest van de tijd opgaat aan alles behalve dingen die met werk te maken hebben. Ik moet toch wat met mijn verworven statistiek kennis. Ik ga er maar eens een verwachtte uitkomst analyse op los laten. Hoe dan ook, ik zal me moeten aanpassen en niet andersom. Het zal wel grotendeels te maken hebben met hoe ik geleerd heb te werken in de Westerse wereld, waar de nadruk ligt op: ‘niet lullen, maar werken voor je geld’. Een middenweg zou handig zijn voor mij.

Ondanks deze ‘werkhouding’ uitdaging, heb ik het nog erg naar mijn zin in de kliniek en in Indonesië. Het is goed om te zien dat het medische team waarmee ik werk een steeds groter netwerk krijgt en zodoende dus ook meer patiënten. We hebben deze week vergaderingen met het veld team van de nationale Aids commissie en ik lach me helemaal suf om die gasten. Aan 1 tafel zitten dan: prostituees, transgenders, injecterende drugs gebruikers, homoseksuelen en zwangere vrouwen die HIV positief zijn. Daar doorheen dartelt de nieuwe verpleegkundige, die 21 is, net uit de schoolbanken komt en elke keer gaat giechelen als 1 van de transgenders een dansje doet of 1 van de homoseksuele jongens aan zijn haar plukt en zegt dat hij wel een knipbeurt kan gebruiken... Dan hebben we nog de dokter die advies geeft en het geheel probeert te leiden en de twee houseboys die van de ene verbazing in de andere vallen en het van een afstandje aan het observeren zijn. En daar: doe ik het voor! Mensen bij elkaar brengen, huidige problemen identificeren en bedenken hoe we die kunnen oplossen. Met z’n allen! Dat er niet eens geld is voor de meest simpele medische spullen, medicijnen of salaris, maakt dan even niet meer uit.

Het is nou eenmaal een feit dat HIV in opkomst is in Indonesië en dat de ‘epidemie’ zich nu ook gaat verspreiden naar mensen met een laag risico. De regering hier heeft niet veel geld om specifieke projecten te implementeren, laat staan dat er geld is om behandeling en diagnose te subsidiëren. Dat er behoefte is aan educatie over dit onderwerp, is wel duidelijk.. 7% van alle middelbare school studenten krijgt seksuele voorlichting en ik heb laatst aan een prostituee moeten uitleggen hoe je zwanger moet worden. Daar kan je om lachen, maar in de praktijk is dat echt een groot probleem... de meisjes weten helemaal niets over jezelf beschermen en je klant vragen om een condoom gebruiken. Wil je niet zonder, dan gaat hij wel naar een ander en mis jij je inkomsten.

Thailand heeft dat goed geregeld en daar wordt je in de cel gegooid als je geen condoom wilt gebruiken als betalende klant en krijg je een boete als je geen condoom bij je hebt als seks werker. De algemene overtuiging (vooral in Bogor) dat seks voor het huwelijk niet bestaat en dat mannen na het huwelijk er meerdere vrouwen op na mogen houden, maakt de cirkel weer rond. Ik maak vaak mee dat een HIV positieve man al jaren lang getrouwd is en kinderen heeft. Hij overlijd dan een op gegeven moment en zijn vrouw komt erachter waaraan hij is overleden. Zij test zich dan en laat haar kinderen testen: allemaal HIV positief.. De angst om er alleen voor te komen staan als mensen weten dat je HIV positief bent is dus groter dan je familie beschermen voor het krijgen van het virus. Dit komt door de enorme stigmata die er heersen over mensen met HIV. Zo vertelde de dokter dat er in de omgeving van Bandung mensen die HIV positief zijn verbrand worden of opgesloten worden in een hok aan een ketting, zodat niemand er achter zal komen wat er in de familie gebeurd... Ik moet zelfs mijn goede vrienden hier vertellen dat je het virus niet kunt krijgen als je iemand aanraakt of als je uit hetzelfde glas drinkt. Dat uitleggen en kinderen onderwijzen kan bijdragen aan de algemene beeldvorming en hopelijk uiteindelijk aan de acceptatie dat het er nou eenmaal is en dat we er met z’n allen aan moeten werken om de verspreiding te minimaliseren.

Dus, voor mij: welkom in de werkende wereld van HIV en AIDS, uitdagingen en (on)mogelijkheden. Gelukkig hebben Joost en ik nog tijd over om samen weekendjes naar het strand te gaan zoals afgelopen weekend. Een (inkt)visje kopen, hangen aan het strand, surfen, een paar gin-tonics erbij en bbq’en. Het is een mooi contrast.