woensdag 28 september 2011

De werkende wereld van HIV en AIDS




Terwijl Joost zich bezig houdt met de aapjes in Kalimantan en morgen weer voor een tijdje zal vertrekken naar het veld, ben ik nog goed bezig met studie en werken in de kliniek. Ik zal jullie niet vermoeien met de muliple logistic regression methoden en survival graphs, die ik momenteel aan het bevechten ben, maar ik vind het erg leuk om te doen. Als alles goed gaat, ben ik eind volgend jaar klaar met mijn masters en kan ik eens gaan kijken of ik eindelijk een betaalde baan kan krijgen of me op een bepaalde manier in het project van de kliniek kan schrijven zodat dat ook ik betaald wordt. Het wordt wel eens tijd na 3 ½ jaar..

Tja, de kliniek.. zoals veel, gaat ook dit langzaamaan vooruit en moet ik persoonlijk nog heel erg wennen aan de manier hoe mensen hier over het algemeen werken. Zo hadden we vorige week een vergadering bij het ministerie van gezondheidszorg, die om 9  uur zou beginnen. Ik word dan onrustig als om 9 uur de mensen er nog niet zijn met wie ik daarheen zou gaan. Ik ga dan zweten om half 10 en begin te briesen om 10 uur. Dan.. doodgewoon komt de persoon in kwestie om half 11 binnen, gaat nog even e-mail checken en doet een bakkie koffie. Ik stuiter dan inmiddels tegen het plafond aan en het zweet loopt over mijn rug. Als ik dan voorstel om 11 uur dat het misschien een goed idee is om nu te gaan, is de reactie: ach.. iedereen is toch altijd te laat, de zogenaamde jam karet ofwel: tijd is rekbaar. De leukste opmerking over dit fenomeen, kreeg ik gisteren van de dame van de financiën, die zei:’ o..ja.. ik heb inderdaad gehoord dat bule’s (zoals blanken hier genoemd worden) niet van wachten houden, waarom is dat?’ Ja, antwoord daar maar eens op... Misschien omdat als je de hele tijd op mensen aan het wachten ben en daardoor dingen moet uitstellen en opschuiven, je niet veel gedaan krijgt op een werkdag?

Het is een apart fenomeen en kan mijn vinger er nog niet helemaal opleggen, waarom het zo gebeurd. Wat ik wel weer is dat het werktempo daardoor laag ligt en het soms als vakantie aanvoelt. Beetje (veel!!) kletsen, beetje koffiedrinken, facebooken, voetbal kijken en you-tuben.. en dat allemaal tijdens een werkdag. Ik heb uitgerekend dat er ongeveer 2 uur per dag effectief (naar mijn idee) gewerkt wordt en dat de rest van de tijd opgaat aan alles behalve dingen die met werk te maken hebben. Ik moet toch wat met mijn verworven statistiek kennis. Ik ga er maar eens een verwachtte uitkomst analyse op los laten. Hoe dan ook, ik zal me moeten aanpassen en niet andersom. Het zal wel grotendeels te maken hebben met hoe ik geleerd heb te werken in de Westerse wereld, waar de nadruk ligt op: ‘niet lullen, maar werken voor je geld’. Een middenweg zou handig zijn voor mij.

Ondanks deze ‘werkhouding’ uitdaging, heb ik het nog erg naar mijn zin in de kliniek en in Indonesië. Het is goed om te zien dat het medische team waarmee ik werk een steeds groter netwerk krijgt en zodoende dus ook meer patiënten. We hebben deze week vergaderingen met het veld team van de nationale Aids commissie en ik lach me helemaal suf om die gasten. Aan 1 tafel zitten dan: prostituees, transgenders, injecterende drugs gebruikers, homoseksuelen en zwangere vrouwen die HIV positief zijn. Daar doorheen dartelt de nieuwe verpleegkundige, die 21 is, net uit de schoolbanken komt en elke keer gaat giechelen als 1 van de transgenders een dansje doet of 1 van de homoseksuele jongens aan zijn haar plukt en zegt dat hij wel een knipbeurt kan gebruiken... Dan hebben we nog de dokter die advies geeft en het geheel probeert te leiden en de twee houseboys die van de ene verbazing in de andere vallen en het van een afstandje aan het observeren zijn. En daar: doe ik het voor! Mensen bij elkaar brengen, huidige problemen identificeren en bedenken hoe we die kunnen oplossen. Met z’n allen! Dat er niet eens geld is voor de meest simpele medische spullen, medicijnen of salaris, maakt dan even niet meer uit.

Het is nou eenmaal een feit dat HIV in opkomst is in Indonesië en dat de ‘epidemie’ zich nu ook gaat verspreiden naar mensen met een laag risico. De regering hier heeft niet veel geld om specifieke projecten te implementeren, laat staan dat er geld is om behandeling en diagnose te subsidiëren. Dat er behoefte is aan educatie over dit onderwerp, is wel duidelijk.. 7% van alle middelbare school studenten krijgt seksuele voorlichting en ik heb laatst aan een prostituee moeten uitleggen hoe je zwanger moet worden. Daar kan je om lachen, maar in de praktijk is dat echt een groot probleem... de meisjes weten helemaal niets over jezelf beschermen en je klant vragen om een condoom gebruiken. Wil je niet zonder, dan gaat hij wel naar een ander en mis jij je inkomsten.

Thailand heeft dat goed geregeld en daar wordt je in de cel gegooid als je geen condoom wilt gebruiken als betalende klant en krijg je een boete als je geen condoom bij je hebt als seks werker. De algemene overtuiging (vooral in Bogor) dat seks voor het huwelijk niet bestaat en dat mannen na het huwelijk er meerdere vrouwen op na mogen houden, maakt de cirkel weer rond. Ik maak vaak mee dat een HIV positieve man al jaren lang getrouwd is en kinderen heeft. Hij overlijd dan een op gegeven moment en zijn vrouw komt erachter waaraan hij is overleden. Zij test zich dan en laat haar kinderen testen: allemaal HIV positief.. De angst om er alleen voor te komen staan als mensen weten dat je HIV positief bent is dus groter dan je familie beschermen voor het krijgen van het virus. Dit komt door de enorme stigmata die er heersen over mensen met HIV. Zo vertelde de dokter dat er in de omgeving van Bandung mensen die HIV positief zijn verbrand worden of opgesloten worden in een hok aan een ketting, zodat niemand er achter zal komen wat er in de familie gebeurd... Ik moet zelfs mijn goede vrienden hier vertellen dat je het virus niet kunt krijgen als je iemand aanraakt of als je uit hetzelfde glas drinkt. Dat uitleggen en kinderen onderwijzen kan bijdragen aan de algemene beeldvorming en hopelijk uiteindelijk aan de acceptatie dat het er nou eenmaal is en dat we er met z’n allen aan moeten werken om de verspreiding te minimaliseren.

Dus, voor mij: welkom in de werkende wereld van HIV en AIDS, uitdagingen en (on)mogelijkheden. Gelukkig hebben Joost en ik nog tijd over om samen weekendjes naar het strand te gaan zoals afgelopen weekend. Een (inkt)visje kopen, hangen aan het strand, surfen, een paar gin-tonics erbij en bbq’en. Het is een mooi contrast.


 

woensdag 20 juli 2011

orangutannetjesvangen.blogspot.com


Ik heb al een paar keer tussen neus en lippen door verteld dat ik ‘een orangutan opvang/reintroductie centrum’ op Kalimantan heb bezocht de laatste tijd, en nu denk ik daar wat meer over te kunnen uitwijden – aangezien de toekomst plannen nu wat duidelijker lijken te zijn.. (Maarja, je weet maar nooit..)

Al vanaf december (of al eerder eigenlijk, maar toen mocht het natuurlijk officieel nog niet) speelde ik met het idee om verder te gaan met malaria onderzoek bij non-human primates (apen dus) in ZO Azie (zie vorige post), en gaandeweg zijn die plannen gegroeid. Een mooie plek om klinisch dierendokteren met onderzoek te combineren is 'NM' in Centraal Kalimantan, waar meer dan 600 orangutans (OU) zitten, met de bedoeling om zoveel mogelijk weer te reintroduceren in het bos.. SL, een ander opvancentrum van de zelfde organisatie ben ik ondertussen ook al van veterinair advies gaan voorzien.


Mijn eerste bezoek aan NM was slechts 3 dagen, en meer om eventuele mogelijkheden te bespreken. Ik heb toen geen aap aangeraakt - zeker ook omdat ik nog de nodige testen moest ondergaan: apen lijken nogal veel op mensen, kunnen ook dezelfde ziektes krijgen, en het is natuurlijk niet de bedoeling om die dieren ziek te maken voor hun terugkeer naar het bos....
Slijm produceren voor de Tuberculose test bleek me na 10 potjes te hebben verspild niet te lukken (is ook moeilijk als je geen TB hebt), dus het belangrijkste was een rontgenfoto en bloedtestjes voor Hepatitis B (vaccinatiestatus testen), en HIV. Toch best spannend, dat wachten op zo’n uitslag- patientbegeleiding is iets wat best meer aandacht mag krijgen hier, zeker als je het laat doen in een commercieel lab :-S. Maar: gezond en niet besmettelijk verklaard. Mooi.  
Ik kende de hoofd dierenarts van NM al een beetje, en de tweede keer dat ik er was en 'disease-free' was verklaard, kreeg ik meteen een blaaspijp in mijn hand geduwd, met de vraag om even een van die oranje jongens te verdoven. Het was al weer een tijdje geleden, dus enigszins zenuwachtig edoch vastberaden een pijltje in z’n arm gemikt. Mijn eerste blaaspijp ervaring deed ik op bij de gibbons in Thailand, die klein en heel beweeglijk zijn, wat dus een prima leerschool was. Je verleert dat soort dingen niet zo snel (is net fietsen, zeg maar), zeker niet als er zo’n grote, trage orangutan voor je zit in een kooi. 
MOOI werk blijft dat toch – mag je me voor wakker maken.. 

De rest van de 2 weken een beetje meegeholpen met jaarlijkse screening, operaties, overige klinische dingen (geen aap een oor aangenaaid deze keer..), en het evalueren van de onderzoeksmogelijkheden.


Ik verbleef in een houten huisje net buiten het opvangcentrum, aan de rand van het bos, en boven het moeras. Ik deelde het met een aantal paraveterinairen – jonge enthusiaste jongens, die hun huis zo schoon hielden als het gemiddelde smerige studentenhuis. De ratten die door een gat in de vloer in de badkamer naar binnen kwamen, hadden elke nacht feest in de muren of in mijn kamer, wat op zich niet zo erg was. Een nacht wakker geworden van geschreeuw achter de kast, en zag nog net een slangenstaart verder achter de kast verdwijnen – mooi, dacht ik: “is in ieder geval 1 rat minder” en ging weer verder slapen. De volgende nacht hadden die ratten hun speelterrein blijkbaar verplaatst naar mijn bed, want toen werd ik wakker van eentje die over me heen liep (niet leuk), en lagen er ‘sochtends rattekeutels op mn kussen.. Iiiiieeuw-gatverrrrr..


Maar tegelijkertijd word je dan ook elke ochtend om 5u wakker met het gezang van wilde gibbons in het bos en vogels in het moeras, zie je hornbills langs vliegen als je uit het raam kijkt, spelen de wilde makaken en eekhoorns  voor en op het huis en is het elke dag feest om naar/van de kliniek te lopen met alle slangen, kikkers, vissen, insecten en planten die je in het moeras tegenkomt. Genieten.
‘Smiddags rond een uur of 3 komen de OU-kinders uit het bos uit “forestschool”, en lopen er dus een stuk of 200 van die jongens voor het raam van de kliniek overal in te klimmen, bijten, slaan, rollen, en wat al niet meer. Leuk hoor, en zeker om mee te doen en binnen no time een hele kluwen bijtende oranje units op je te hebben – al kunnen sommige venijnig bijten. Zo is daar mijn nemesis ‘Pico” – een jongen van een jaar of 6, dus bijna op onhandelbare leeftijd, met 1-oog, te weinig haar, en lelijk – die zodra hij doorheeft dat ik op het speelveld ben aan komt rollen om me in mijn enkels te bijten... Weer anderen hebben veel te veel interesse in wat je in je broekzak hebt zitten, of wat zich nou precies onder dat shirt bevindt.. Verder is het dan ook etenstijd, dus zeker als er watermeloen op het menu staat ben je na een minuut of 30 covered in water, watermeloensap, en andere viezeigheid. Ideale plek dus om ziekteoverdracht tussen aap en mens te bestuderen :-)
 Ik kom nu net (ik schreef dit voordat we naar NL gingen) terug van mijn derde bezoekje – deze keer voor bijna een maand. Beetje meehelpen met dokteren, potentiele projecten wat verder uitdenken, beleidsplannen maken, en proposals schrijven voor de benodigde centjes. De heren paraveterinairen waren vertrokken naar een baan bij de overheid, dus kon mijn hulp wel gebruikt worden, en had ik het huis voor mezelf. Kamer, badkamer en keuken schoongemaakt, gat in badkamer gedicht, dus geen ratten meer op de slaapkamer. Wel in de woonkamer, waar ook een keer een slang vanaf een plafondsteunbalk naast me op de bank viel – dat was wel een aparte ervaring... 


Maar deze keer ook rode langoers net buiten het huis gezien, en die had ik nog nooit in het wild gezien - supermooi...
En ja, ik blijf een kleine jongen in een steeds ouder wordend lichaam – het ALLERALLER-ALLER-mooiste is natuurlijk om op je blote voeten door het moeras te waden, een weg kappend met de machete (toch 'baanbrekend' onderzoek :-)), met verdovingsgeweer op de rug: op jacht naar een ontsnapte OU. Als je daar je geld mee kan verdienen...


Het moge ondertussen duidelijk zijn dat mijn eerste prioriteit niet 'geld verdienen' is, en al die tijd in NM, en het vele voorbereidende onderzoekswerk is volledig vrijwillig geweest, dus salaris-technisch niet echt een verbetering op de situatie vermeld in vorige blogstukje...
Maar: een prachtervaring, en blijkbaar is het met veel liefde vrijwillig lange dagen draaien zonder dagje vrij ook nog eens een goede investering: hoogstwaarschijnlijk (al begin ik wel een beetje ongeduldig te worden..) heb ik binnenkort een contract bij de Oxford University Clinical Research Unit – in ieder geval voor 12 maanden. Ik heb al een kantoor in een mooi oud Nederlandsch gebouw in Jakarta met uitzicht op bomen en een vijver, dus het lijkt te gaan lukken.. En er zijn slechtere universiteiten om voor te werken.. :-) 

Mijn taakomschrijving: het leiden van onderzoek naar zoonotische infecties in de regio zijn, en veterinair adviseur spelen op beide OU projecten -Dus hopelijk binnenkort weer een salaris, en iets meer omvattend dan alleen 'verantwoord' apen jagen op je blote voeten in het bos/moeras, maar dat blijf ik toch ZEKER ook doen: had ik al gezegd dat dat het mooiste werk - EVER - is?? 
Bij deze dan.

maandag 2 mei 2011

Free-lance wilde dierendokter/adviseur..


Voordat men gaat denken dat deze jongen maar een beetje aan het lanterfanten is, en zijn tijd alleen besteedt aan vijver bouwen en brommeren op de vulkaan:  ik heb natuurlijk ook mijn eigen (niet-geregistreerde) “bedrijfje” als ‘free-lance wilde dierenarts/consultant’ sinds het begin van dit jaar. En ja, dat klinkt als veel meer dan het is.

Doel was om – liefst betaald – advies te geven, en ‘leuke projecten te doen’ in mijn jaar van soort van sabbatical. Mocht een conservation project geen geld maar wel hulp nodig hebben, dan is daar zeker over te praten, en afhankelijk van leukheidsfactor werk ik ook gratis (bv sta ik op de lijst om met een expeditie naar Antarctica mee te gaan om zeehondjes te verdoven – vrijwillig. Maar je moet wel een ontzettende oetl*l zijn als je dan moeilijk gaat doen over een salaris - sowieso niet mijn sterkste punt trouwens)..  Anyway - financiele en legale details van mijn ‘bedrijfje’ gaan we hier niet over uitwijden (=onverstandig), maar het heeft ons in de afgelopen 4 maanden toch in totaal 1 laag-gemiddeld maandsalaris opgeleverd (oftewel bijna 1 maand NL uitkering, maar daar doen wij niet aan mee) 
Result! :-)
Mijn eerste betaalde werk als zelfstandige heb ik al eerder over geblogd – met de makaakjes en lorisjes bij mijn grote vrienden vlak buiten Bogor. Tegelijkertijd ook een beetje vrijwillig gedokterd bij het re-introductie programma van de bedreigde Javan hawk-eagle , ook net buiten Bogor, maar aan de andere kant van de vulkaan.

Tweede job was tijdelijk adviseur voor de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO), bij een meeting in Kuching, Sarawak/Maleis Borneo, over de ‘apen malaria’ die steeds belangrijker lijkt te gaan worden voor mensen in ZO Azie. Zoonotische ziektes (infecties die van dier op mens kunnen worden overgebracht) gaan het helemaal worden deze eeuw, en aangezien ik had meegewerkt met een malaria studie in makaken (die in Ciapus) samen met de Oxford Universiteit, was ik gevraagd om als enige dierenarts-expert aan te treden (het gaat ten slotte om een ziekte die oorspronkelijk bij dieren voorkomt), en uit te leggen hoe apen-malaria zich voordoet bij apen.


De avond voor mijn vertrek trouwde een van “mijn” dierenartsen in Jakarta op traditionele Javaanse manier, wat super leuk was om te zien - ze zag er supermooi uit (al had Carola ook flink haar best gedaan met haar Indonesische outfit), en had als bijkomend voordeel dat ik dus iig een nette broek en schoenen bij me had - na de bruiloft sliep ik in Jakarta in een hotel vlakbij het vliegveld zodat ik iets langer kon slapen aangezien ik om 0500 vertrok. 
Op groepsfoto naast me L. en N. - naast bruid L. mijn steunen en toeverlaat van de afgelopen 3 jaar



Weer ff terug naar die meeting: ik moet toch altijd wel een beetje gniffelen om mezelf als ik naar zo’n groepsfoto (zie bovenaan) kijk: een hele club oude, serieuze mensen die elkaar goed kennen en al jaren malaria onderzoek doen en vergaderen over wereldproblematiek als hobby hebben, en een of andere blonde doefus achterin met z’n surfshirtje die ook leuk meedoet. Normaal is op WHO meetings een pak met stropdas het kledingsvoorschrift, maaar dit was een informal meeting – wat ik daar dan mee moet had/heb ik geen idee van – maar een pak hoefde in ieder geval niet (uitleg speciaal voor die mensen die vinden dat ik me misschien niet representatief kleed – dit was echt acceptabel, mama.. ;-). 
Maar kijk me nou eens serieus kijken - ik deed in ieder geval mijn best..   

Plasmodium knowlesi (klinkt als “noowlsaai”) is al bijna 100 jaar bekend als een malaria soort die in het bos voorkomt – voornamelijk bij makaken. Doordat mensen steeds vaker zich in het bos begeven om bomen te kappen, mijnen te graven, “bio” palmolie plantages te maken of te jagen, is men niet alleen bezig om geld te verdienen en de wereld steeds een beetje meer stuk te maken, maar ook om allerlei nieuwe ziektes te vergaren – waaronder Plasmodium knowlesi.  In Maleis Borneo (Sarawak)  is het nu de meest voorkomende (dodelijke) malaria soort bij mensen..

En dan kunnen mensen wel altijd lopen te sikkeneuren over instanties als de VN/WHO etc, maar ik was zwaar onder de indruk hoe ze alle relevante experts (inclusief 1 redelijk mondige wildlife vet/doefus) bij elkaar kregen die in 3 dagen een goed document in elkaar toverden (is nog niet beschikbaar, maar binnenkort wel – en dan blog ik het wel weer). Super efficient gewerkt. En de beste mensen van de WHO even duidelijk gemaakt dat er een ‘free-lance wildlife dokter” nodig is bij hun geplande grote onderzoek in wilde makaken in de Philippijnen later dit jaar – de kans om wilde makaken te vangen laat ik niet aan me voorbijgaan  J.

Ik moest iets langer blijven om mijn visum te regelen, wat een paar mooie wandelingen door de bizar mooie, schone, efficiente stad (met trottoirs en een boulevard langs de rivier(!) opleverde – als je dan vergelijkt hoe het aan de andere (Indo) kant van de grens in Kalimantan is, dan is het bizar om te zien dat het ook anders kan... Die overige dagen maar verkast uit mijn “WHO-expert hotel” naar de backpackerdisctrict in Chinatown om de kosten te besparen, om me de ochtend van vertrek te verslapen, en het meerendeel van mijn verdiende geld uit te moeten geven aan een nieuw vliegticket... damnit.

Derde job was op de universiteit van Bogor – waar ik in het verleden veel mee heb samengewerkt, om een verhaal te houden over vogelziektes, en onderzoek bij wilde vogels in Indonesie (ook wel bekend als ‘vogeltjesvangen’), net na de chef van konservasi van het ministerie van forestry, die ik ondertussen ook wel een beetje ken.. Meestal doe ik deze praatjes in het engels, maar nu was de vraag of ik mijn presentatie van een uur (!) in het bahasa Indo kon doen.. Oh – ja, ‘tuurlijk’.. Ik ben normaal nooit meer zenuwachtig voor presentaties (ook niet voor WHO), maar voor deze wel... Ook had ik de presentatie woord voor woord uitgeprint en laten checken door mijn fantastische ex-assistent N., zodat ik eventueel alles kon voorlezen als het allemaal niet meer natuurlijk lukte – ik heb dus 95% voorgelezen...

Ik had de avond ervoor blijkbaar goed van de sambal gesnoept, waardoor ik eerst ff een bepaald kamertje moest opzoeken toen ik aankwam – natuurlijk zonder wc papier (daar heb ik ondertussen al veel ervaring mee – maar een hobby gaat het nooit worden).. Anyway – nog na-zwetend liep ik daarna naar de zaal, waar 6 (zes!) TV-cameraploegen stonden, en de organisatrice me vrolijk vertelde dat ze me graag wilden interviewen. Ja, lekkere verassing...

De vraag van de journalisten was voornamelijk om uit te leggen hoe het met de wilde vogels in Indo gaat, en waarom deze meeting zo belangrijk was. Eigenlijk had ik geen idee waar die hele meeting over ging, maar gelukkig mocht het ook in het engels, en kan ik me overal uit l*llen met een paar goed klinkende zinnen (bullshit-technisch is ervaring bij een amerikaanse NGO best handig, zo blijkt)...

Anyway, om een lang verhaal kort te maken (ik ben nogal lang van stof de laatste tijd aangezien ik ‘savonds niet zoveel te doen heb hier in het bos in Kalimantan– zie volgende blog): het praatje ging goed, de mensen begrepen me - ik kreeg goede vragen achteraf, en na een minuut of 10 waren de zenuwen wel weg, en kon er een beetje gegrapt worden. Halverwege struikelde ik flink over de vele lange woorden in bahasa, maar de sessionchair was zo vriendelijk om even te benadrukken dat ik voor iemand die effectief 2 jaar in  Indo woont het best aardig deed – wat me applaus opleverde, en waardoor de rest als een roes verliep.  

Na afloop kreeg ik betaald voor mijn diensten – iets wat ik niet verwachtte, of naar had gevraagd (is iets voor het nog te schrijven beleidsplan voor mijn 'bedrijfje' :-) maar was zeker een leuke verassing. En gelukkig was op tv een muziekje over de beelden van mijn presentatie gedaan, en was ik alleen in het engelse interview goed verstaanbaar.


En mooi om mezelf op Indo TV te zien met “vogel konservasi specialist” als titel te zien onder mijn naam - maar nog mooier om van de vele vrijwilligers die in mijn team hebben meegedaan te horen dat ze me hadden gezien en dat rond sms-ten... 

zaterdag 23 april 2011

Laatbloeier..

Terwijl Joost nu alle tijd heeft voor roadtrips, vulkaantours, behandeling van die rare aapjes met grote ogen en leerzame ontmoetingen met meneer polisi, ben ik een beetje stil geweest op dit blog de laatste tijd. Zoals ik al schreef in mijn laatste bericht ben ik vooral druk bezig met mijn studie.. Ik kan nu zeggen dat ik nog nooit zo hard heb moeten studeren als nu, maar dat kan ook te maken hebben met het feit dat ik de (met alle respect) vrije school heb gedaan en daarna vooral praktisch georiënteerde verpleegkundige opleidingen heb gedaan.

Ik heb dus mijn rekenmachine, liniaal, passer en geo-driehoek weer uit het stof gehaald en ben aan de slag gegaan met de tweede module: statistiek en epidemiologie! Dat laatste is een kwestie van begrijpen en lezen, dat eerste vereist iets meer dan simpel optellen en vermenigvuldigen. Gelukkig loopt hier een nerd in huis  die me heeft kunnen uitleggen waar dat rare tekentje () nou voor is en waarom je nou wilt weten en aantonen of iets significant is of niet. Nou blijkt dat ik een laatbloeier ben en het nu dus wel begrijp (wellicht, omdat ik nu niet word afgeleid door de jongen in de klas) en het zelf heel erg leuk vind om formules toe te passen op een data set. Gevolg: mooi eindcijfer en motivatie om wellicht de meer nerderige kant van deze studie te kiezen. Inmiddels ben ik ook bijna klaar met de 3e module en heb ik nog 2 jaar te gaan…

Alsof het lot ermee speelt, ben ik sinds drie weken betrokken bij het opzetten van een SOA en HIV/AIDS kliniek in Bogor. Helemaal in het begin heb ik een paar keer les gegeven bij de organisatie, die zich tot voor kort vooral richtte op drugsverslaving en rehabilitatie, maar door de toenemende behoefte een kleine kliniek hebben opgezet.  Het doel is om ook een thuiszorg team op te zetten en de kliniek uit te breiden tot een 7 dagen per week one-stop kliniek. Wat zoveel betekend als dat je er alles doet zoals dokters consult, (lab)onderzoek, diagnose en behandeling. Zeg maar: compleet aansluitend bij mijn studie, interesse en idealisme..

Drugs- gebruikers, prostituees en travestieten zijn allemaal net iets minder schattig dan weesjes of straatkinderen en daardoor is het ook moeilijk om voor dit soort projecten geld te krijgen. Dit geldt zowel voor buitenlandse donoren als voor de lokale regering en het geld wat er voor is, wordt vooral geleid naar de preventie van HIV in de ‘gewone’ bevolking… De groepen die het meest kwetsbaar en het meeste kans hebben om HIV op te lopen (boven genoemde minder schattige..) worden vaak vergeten. Althans hier in Indonesië, waar religie een grote rol speelt in het verspreiden van de ziekte (maar dat heb je niet van mij). Wat ik hiermee bedoel is dat je a) in de cel wordt gegooid als je gratis condooms verspreid en b) nog harder de cel in wordt gegooid als je als vrouwelijke sekswerker een condoom bij je draagt. Oh ja en c) laten we het maar helemaal niet hebben over het vertrekken van schone naalden aan drugsgebruiker. Dit alles zou namelijk aanzetten tot ongewenst gedrag..

Kiest u maar: aan wie zou u geld geven?..





Gevolg: een groeiend aantal mensen met HIV en een toenemende verspreiding in de ‘gewone’ bevolking, die niet of slecht behandeld en voorgelicht worden. Zo zijn we vorige week op zoek geweest naar een ziekenhuis wat 1 van onze B-20 patiënten wilden opnemen. B-20 is de ICD-10 code (een internationaal ziekte coderingssysteem) voor iemand met HIV en wordt dus gebruikt zodat je niet hardop HIV hoeft te zeggen en iedereen de schrik van hun leven geeft. 5 uur later hadden we een ziekenhuis gevonden die nog een isolatiekamer over had tegen een niet al te hoge prijs, zodat onze patiënt met schorten aan, 3-dubbele handschoenen en maskers voor eindelijk een infuus kon krijgen. (cynische mode aan) B-20’s kunnen namelijk niet op een gewone zaal verpleegd worden, aangezien het HIV virus in Indonesië een speciale eigenschap heeft en zich via de lucht verspreid (cynische mode uit).

Het is natuurlijk erg makkelijk om te gaan lopen klagen en schelden op het systeem, maar het is nou eenmaal zoals het is en het gaat tijd en veel inspanning kosten om HIV patiënten de zorg te geven die ze nodig hebben.. vandaar ook dat thuiszorg team, zodat terminale AIDS patiënten waardig kunnen sterven als de familie geen geld meer heeft om ze naar een ziekenhuis te brengen of als het enige ziekenhuis in Bogor wat wel HIV patiënten opneemt vol is. Ik ben gezegend met een liberale opvoeding en duidelijke voorlichting over HIV. Hier is men nog niet zover en wordt HIV nog gezien als een ‘vieze’ ziekte als men er al ooit van gehoord heeft.

Kortom: een grote uitdaging en ik ben heel blij en enthousiast dat ik mee kan helpen aan het opzetten van deze kliniek. Tot nu toe ben ik daar maandag tot donderdag en heb ik dus vrijdag tot zondag om heel hard te studeren. Het is even wennen om na drie jaar weer echt aan de slag te gaan en heb dan ook deze week de klok ’s avonds niet meer 10 uur horen slaan.. Maar wat een fijn gevoel om ’s ochtend op je brommer te stappen, door de (denkbeeldige) rijstvelden te rijden, op weg naar je werk.

Dit alles is mede mogelijk gemaakt door: Yoast ™, want het ziet er niet echt naar uit dat dit werk ooit gaat betalen en iemand moet ervoor zorgen dat de werkster betaald krijgt en de wijn ingekocht kan worden in Jakarta, toch? Zonder hem kom ik de winter niet door en ben gezegend met zijn begrip en steun. Dat gaan we maar eens vieren tijdens ons 6-jarig jubileum op 1 Mei.. of was het nou 1 Juni?.. Hoe dan ook: Zalig Pasen voor Iedereen die eraan doet en tot snel in NL!  

vrijdag 15 april 2011

Vulkaantours - geen ervaring of verantwoordelijkheidsgevoel vereist..

Eenmaal in Yogya ook maar even met de brommer de Merapi vulkaan opgereden – zeer indrukwekkend om te zien hoe tijdens de record-breaking uitbarsting die pyroclastische stroom huis had gehouden.. Hele stukken bos gewoon weggevaagd/verbrand in rechte stukken.. Ik wilde nog iets verder naar boven, maar het gebied was afgezet– balen. Gelukkig was er nog wel een tentje open die ‘konijn op een stokje’ (sate kelinci) maakte voor mensen die net als ik dichterbij probeerden te komen. 
Best te nassen trouwens. 
Een beetje brommeren later bleek dat ik via een omweg en een paadje (afzetting vermijdend) toch stiekem wel wat dichter bij de ravage kon komen.  Toen ik met de brommer niet meer verder kon, de berg wat meer opgeklauterd om te  kijken naar al die dode bomen die het ravijn waren ingevallen. Op de fotos hierboven ligt Merapi op achtergrond in de wolken, trouwens.. Toen kreeg ik opeens de briljante ingeving dat het misschien niet zo slim is om op de rand te gaan staan, aangezien de rand om me heen naar beneden was gedonderd, en ze me daar waarschijnlijk nooit zouden vinden..
Safety first natuurlijk – zoals altijd.. :-S
Anyway, wat ik dan mooi vind is dat in al die stof en verbrande ellende, dat er toch weer plantjes zijn die zich niet laten stoppen door al die vulkaan flauwekul, maar gewoon weer mooie groene blaadjes gaan maken.. De natuur rules.

Vulkanen hebben wel wat, en als je dan toch in Yogya bent, kan je evengoed een stukje (~600km) doorrijden om de Bromo vulkaan te bekijken, die sinds eind november nogal actief was.. Na een weekje was het gevaar geweken, maar hij bleef lekker doorrommelen. Bromo is een van een aantal kleine vulkanen in 1 HELE grote krater. Normaliter komt er gewoon een beetje stoom uit, wat normaliter mooie plaatjes oplevert, waardoor het dus de drukste toeristische attractie van Oost Java is. Fantastisch voorbereid as ever - ik wist dat het ‘in de buurt van Malang’ ligt – ging ik dus vroeg op pad.

Eenmaal de stad uit kwam ik de opbergwerkzaamheden tegen om het geweld van de koude lava/modderstromen op te ruimen - het had flink geregend, en die ‘koude lava’ blijft nog steeds schade aanrichten...

Rond 1700 uur in Malang bleek mijn waterdichte rugzak niet helemaal waterdicht meer te zijn: de naad was een beetje losgekomen, en er zat nu een gat van 20cm in.. In de outdoor winkel waar ik een nieuwe tas kocht wilde ik eerst vragen of ze een leuk hotel kenden in Malang, maar toch eerst even gevraagd hoe ver het nog was naar Bromo: “200 km”….Ja, damnit, das wel heel ver rijden ‘snachts als je de zonsopgang wil zien, en gemiddeld 50km in een uur rijdt.. Dus, ff de homebase opgebeld, en Carola gevraagd hoe het dorp aan de rand van de krater heet, zodat ik dat kon intoetsen in de gps en daar slapen. Zo gezegd, zo gedaan – kortste route opgevraagd, en volgens de gps was het veel korter dan 200km, en wel te bereiken in een paar uur.. Mooi – net na donker zit ik met een biertje in mijn hotel.

Wat zo’n gps dan niet vertelt, is dat na 60km (op wikipedia zie ik net dat Malang-Bromo maar 25km is, dus waarom ik er na 60km nog lang niet was, en de gps dacht dat het 90km was- da's mij een raadsel...), als het donker is, de weg meer een sort van off-road track wordt.. Daarnaast heeft de gps het briljante idée om als het donker is, zelf ook een donker scherm te maken – en dus moet je dat ding voor je koplamp houden om iets te zien.. Irritant, zeker op zo'n bospad. Maar – wel supercool natuurlijk, een beetje in het pikkedonker door het bos de berg op crossen… Op sommige punten kon ik in gedachte Carola achterop horen zeggen: “ja, nu vind ik het niet leuk meer” – maahaar: ze zat niet achterop, ik voelde me de koning van het offroaden, en de moeheid van de hele dag rijden was meteen weg... oe-oe-oe-oerend hard - YeeeeeeeeHaaaaaa!!

Na een uurtje ofzo reed ik door een klein bergdorpje, maar de gps vertelde me dat dat niet was waar ik moest zijn, dus vrolijk verder.. Nog een stukje bergop, toen bergaf, en werd het nog iets minder toegankelijk – ook mooi. De GPS had inmiddels ook ontdekt dat ik nu echt offroad was – dat klopte ook wel, want er was zelfs geen pad meer te onderscheiden - maar hij had nog wel een route bedacht. Na een halfuurtje kwam ik op een vlak stuk met zand (in de grote krater), het was echt pikkedonker, maar ik zag lichtjes in de verte – daar moest ik naartoe..…

Ff later – ik begon dat crossen in het zand wel leuk te vinden - begint opens de grond te trillen, ik voelde allemaal ‘dingen’ op mijn helm landen, het rook wel heel erg naar zwavel, en dankzij het onweer kon ik zien dat die zwarte vlek niet bergen waren, maar een rookwolk waar ik recht onder zat… En toen een flinke trilling,  gerommel, een knal, en roodgloeiend lava wat de lucht in schoot – op een afstand die mijns inziens veel te dichtbij was… WAAAAAAH!

Ik wist dat in november een zone van 2of3km om de krater verboden terrein was, en dat hij daarna continue een beetje rustig doorrommelde/rookte, maar niet dat de alarm fase weer was opgeschroefd, en al helemaal niet dat Bromo twee dagen voordat ik er was weer was uitgebarsten... En trouwens, Indo overeid, als u meeleest: het zou wel fijn zijn als iemand even een bordje ofzo neerzet voor de duidelijkheid in dat soort gevallen.

Bizar hoe snel je dan kan omdraaien en hard off-roaden in het pikkedonker, alleen mijn bandensporen volgend van vlak daarvoor door het 'zand' (wat dus een dikke laag vulkaan as bleek te zijn.. hm.).. Man, ik denk niet dat ik ooit zo bang ben geweest, en dan ga je rare dingen denken: heb mezelf vervloekt, en heb zelfs die meneer met die baard daarboven in de wolken even gevraagd om me te helpen, en Hem en mezelf dingen beloofd (oa dat ik dingen iets  beter ga voorbereiden) als ik het levend zou redden.. Maarja, nu ben ik weer veilig, en besef me weer dat Hij toch niet bestaat, dus kunnen we die beloftes ook weer vergeten.. wel zo makkelijk :-)

Eenmaal weer bij dat bergdorpje, was het nogal rustig – die mensen liggen natuurlijk al te slapen om 10uur, maar ik kwan wel een oude tandenloze meneer tegen, die ik kon vragen of ik ergens kon slapen.. En dan is het verdomde handig als je de taal (soort van) spreekt. Uiteindelijk bij een andere oude tandenloze meneer zijn huis gekomen, die meteen koffie en eten voor me ging maken op zijn houtvuur fornuis, en me vertelde dat ik wel kon blijven slapen… super aardig.. Ook wist hij wel een gids voor de wandeling door de krater – wat later een oude, tandeloze en 1-ogige man bleek te zijn. Ondertussen keek ik een beetje rond waar ik zou kunnen slapen in zijn rokerige huisje. Blijkt hij de opzichter van een aantal pakansipilla’s te zijn, en lag ik later dus alsnog – veel te laat en zonder biertje – in een redelijk goed bed.

4 uur later was het alweer tijd om te ontbijten bij mijn nieuwe vrienden, nog even een paar slokken koffie met veel suiker, en ik was klaar voor de ‘ongeveer zes kilometer lange’ wandeling. Blijkt die meneer met z’n ene oog ook afstanden half te zien: het bleek een fikse bergop-bergaf wandeling van 13 km te zijn (danku gps) – die dus ook weer teruggelopen moest worden.. Ook bleken we dezelfde route te volgen die ik een paar uur daarvoor per brommer had afgelegd, en stond ik bij zonsopgang met gids op dezelfde plek vlak naast de nog steeds lava, as en steen spuwende berg. De lokale boeren liepen langs met pasgeplukt gras en kruiden voor hun koeien, die ze bovenop de krater houden (da’s, mijns inziens, toch echt heel onhandig – neem die dieren dan die 8km de krater in, en laat ze daar – bespaart iig 16km zwaarbepakt lopen dagelijks - vaak meerdere keren.., maargoed). 


Gek genoeg voelt het wel iets veiliger met een paar mensen in de buurt – al moet ik wel zo eerlijk zijn dat dat gerommel van die berg m’n hart weer in m’n keel deed kloppen. Volgens de gids was de krater ‘2 kilometer’ verderop (ja-ja, dat zal wel...). 

Of hij nou gelijk had of niet, het leek redelijk dichtbij, en ik kon me nog herinneren dat ik het ‘redelijk dom’ vond van mensen die in de 20km afgezette gebied om de Merapi bleven voordat/toen hij uitbarste, en die beelden van versteende/verschroeide mensen net als in Pompei stonden me nog goed bij.. Al met al liep ik daar dus niet helemaal senang, met lavasteentjes en gruis in m’n haar van die aswolk, afvragend waarom ik geen masker had meegenomen, maar toch ook wel genietend van het schouwspel.


Op de terugweg begon het gerommel en getril zeker te wennen, en was ik helemaal hooked: waardoor je stiekem NOG dichterbij wil komen. Volgens de gids kon dat ook wel – het mocht alleen officieel niet.. Ja, vriend - dat is toch wel een beetje teveel ‘brani’ voor deze jongen..  Na afloop bleek (gps-google earth enzo) dat ik zowel lopend als brommerend tot op 1.5km van het midden van de krater ben gekomen.. Toch wel cool.


Trouwens een heel bizarre en onwerkelijke donkere, grauwe wereld door die aswolk - de zon kon er maar niet doorheen breken.. Deed me een beetje aan een starwars landschap denken. Nerd. :-)
Wat ik verder liever wil vergeten:
-         -        dat ik de laatste paar km terug als een oude man met zadelpijn en verzuurde poten de berg op ben gestrompeld, en mijn 1-ogige, tandenloze, oude gids ver vooruit liep (nog net niet fluitend en huppelend..)
-         -        dat de boeren naar me keken van “ja, als ‘bule’ moet je dit soort grappen ook niet proberen – jullie doen dit toch altijd per jeep?”, en dat ik dan een glimlach forceerde en zoiets zei als “ah, mooie dag voor een wandeling- lekker” om dan zodra ik de hoek om was in te storten 
-         -        dat als die boeren vroegen hoe lang we al bezig waren de gids een beetje minachtend zijn ene oog richting mij deed gaan als excuus ..