donderdag 2 augustus 2012

Eijkman


De eerste wetenschappelijke beschrijving van een “orang-utan” werd in 1641 gepubliceerd door Dr Nicolaas Tulp (1593-1674), in zijn meesterwerk Observationes Medicae. De orang-utan in kwestie was een prachtig exemplaar uit Angola... En waarschijnlijk een chimpansee.. Een vriendje van hem had een tijd op Borneo gezeten, en had het uitgebreid over “orang-utans” (Javaans voor‘bosmensen”) gehad, en die naam was blijven hangen. Voor het gemak had hij maar even aangenomen dat die OUs overal in de tropen voorkwamen, wist hij veel- niet-menselijke primaten waren niet echt zijn ding. Desalnietemin bleef zowel orang-utan als de vertaalde Latijnse naam die Dr Tulp had bedacht (Homo sylveilris) bij het algemene publiek hangen als beschrijving voor alle grote apen tot halverwege de 19e eeuw.

Dr Tulp was een gerespecteerde Nederlandse arts/chirurg/professor anatomie, en misschien wel meest bekend van zijn deelname aan “De anatomieles van Dr Tulp” van Rembrandt. In Tulp’s Observationes Medicae staat naast het verhaal over de orangutan ook de eerste beschrijving van de zenuwziekte ‘beriberi’ (los vertaald uit het Singhalees: “ik heb er de kracht niet meer voor”), in een van zijn patienten die uit Nederlands Indie terug kwam. Het was een gedetailleerde beschrijving, van een toendertijd redelijk vaak voorkomende ziekte in de Oost, maar de beste man had geen idee waar het door kwam. Die eerst beschreven beriberi patient heette trouwens “Joost de Vogelaar, een jonge man die van reizen hield” waar ik wel even om moest grinniken.
Zo’n 250 jaar later bleven (voornamelijk westerse) mensen maar beriberi krijgen in Indie, en had de KNIL er genoeg van. Ze selecteerde een team van artsen en deskundigen om hier iets aan te doen (kijk, da’s nou VOC mentaliteit!!). Een van de leden van dit team dat naar Batavia werd gestuurd was Christiaan Eijkman (1858-1930). Na zijn met vlag en wimpel gehaalde diploma (en scriptie over iets met zenuwen) in 1883 vertok hij meteen naar Indie: o.a. Padang - Sumatra, Tjilatjap - Java (op zich allebei mooie plekken om te surfen, denk ik dan), om daar malaria te krijgen, en met de staart tussen de benen in 1885 weer terug naar NL te gaan. Maar: ieder nadeel hep sn voordeel: want daardoor kon hij werken in het bacteriologie laboratorium van Robert Koch in Berlijn, waar toevallig net een paar KNIL heren kwamen buurten om een aantal wetenschappers te scoren voor de beriberi missie in Indie. Eijkman ging dus mee als medisch officier van de KNIL. Mede danzij zijn achtergrond bij Koch (1905 Nobelprijs winnaar voor zijn onderzoek naar tuberculose), en wat andere bacteriele ziektes die destijds werden ontdekt, ging hij er al meteen vanuit dat het wel een bacteriele oorzaak zou hebben.

In 1887 kon de Gouverneur overtuigd worden dat het in allerhaast opgezette laboratorium in het militaire ziekenhuis in Batavia iets permanents moest worden. En zodoende werd Eijkman de eerste directeur  van het “Geneeskundig Laboratorium” en de "Dokter Djawa School" (de Javaanse dokters opleiding) – en hij kon dus full-time aan de slag als wetenschapper.

Zijn onderzoek ging in het begin voornamelijk over de relatie tussen het lichamelijke aanpassingsvermogen van kolonisten in de tropen en beriberi. Voor de arme lokale bevolking was het sanitairtechnisch niet opperbest (nog steeds niet trouwens..), en zij aten slechte kwaliteit voedsel – waaronder de goedkopere bruine/zilvervlies rijst. Om de haverklap werden die mensen dus ziek, maar kregen GEEN beriberi, terwijl de rijke hollanders dat juist wel kregen.. Dat verband met aanpassen aan de tropen bleek er niet te zijn, maar ondertussen toonde hij wel aan dat veel van de gangbare theorieen eigenlijk helemaal nergens op gebaseerd waren: b.v. dat de samenstelling van het bloed van westerlingen niet verandert als ze naar de tropen gaan, zolang ze niet een ziekte krijgen waardoor ze anemie krijgen; door vergelijkend onderzoek met lokale mensen toonde hij hetzelfde aan over metabolisme, lichaamstemperatuur, en transpiratie (al valt mij toch wel op dat de mensen die het meest zweten wel altijd de bule’s zijn, dus ik snap de beredenering van toendertijd wel).
Tegelijkertijd was hij druk bezig met een bacteriele oorzaak zoeken in bloed van patienten, water, en voedsel – zonder succes. Onverstoorbaar ging hij verder. Het lukte om 'bacterien' uit een paar zieke mensen te kweken, maar als die in apen en konijnen werden gestopt, werden ze niet ziek.. Op een dag begonnen de kippen van het ziekenhuis ook ziekteverschijnselen als die van beriberi te vertonen. Maar damnit – die hadden geen bacterien in hun bloed zitten.. Toch was het een soort van Eureka moment.
Uit het niets werden de kippen opeens beter. Hij vroeg de kok wat die kippen hadden gegeten: “bruine rijst, maar dat was vorige week op, dus heb ik even de gepolijste witte rijst gegeven - maar mee op gehouden, want te duur, dus krijgen ze nu weer bruine rijst". Samen met collega arts Gerrit Grijns deed Eijkman voor die tijd redelijk goed opgezette wetenschappelijke dierproef: een groep kippen kreeg witte rijst te eten, de ander bruine rijst. De kippen die goedkope bruine lokele mensen rijst aten, bleven gezond. En de kippen die de dure, fluffy, witte kolonisten rijst aten werden ziek, maar werden weer beter na het eten van bruine rijst. er was ook een groep met gezonde kippen, bruine rijst, en daar werd dan een beriberi-kip bijgezet - ook deze kippen bleven gezond, en de zieke kip werd beter.

*Ff een iets minder serieus Beri-beri spelletje tussendoor om het soort van na te spelen*

Meest logisch leek hem een vermeend (bacterieel) zenuwgif in de rijst, waartegen de "anti-beriberifactor" in de zilvervliesjes zou beschermen, wat hij dus ook publiceerde in 1897. Met reultaat overigens, want mensen in de hele regio konden nu makkelijk behandeld worden – ook al was het moeilijk sommige van de koloniale hollanders over te halen dat ze toch echt de bruine arme mensen rijst moesten eten *zucht..*.
Eijkman ging terug naar NL, en collega Gerrit nam het onderzoek toen over, en had zijn eigen idee: juist het ontbreken van een bepaald ingrediĆ«nt, een ‘complexe stof die makkelijk wordt afgebroken’, leidt tot ziekte – het eerste idee richting het concept vitamines. Maar Eijkman bleef geloven in de bacteriele oorzaak, en zijn gelijk, tot begin 20e eeuw. Door verder onderzoek door andere mensen werd het toch wel steeds duidelijker dat hij niet helemaal gelijk had – wat hij ook wel inzag. In 1912 ontdekte Casimir Funk dat de ‘antiberiberi factor’ een “vitaal amine” in de zilvervlies was, wat eruit ging door het polijsten van witte rijst. In 1926 werd thiamine/vitamine B geisoleerd.
Desalnietemin won Eijkman toch  (samen met Frederick Hopkins) in 1929 de NobelPrijs voor de geneeskunde voor zijn voorbereidend werk naar het ontdekken van vitamines. De uitreiking heeft hij niet mee kunnen maken door zwakke gezondheid, en was snel daarna dood. Gerrit Grijns viel Nobelprijstechnisch trouwens volledig buiten de boot, alhoewel hij in 1926 en 1927 wel voor dezelfde reden werd voorgedragen (ook zwaar l*llig, trouwens..)
Tijdens zijn latere functie in de universiteit van Utrecht stond Eijkman bekend om zijn waarschuwingen tegen studenten om alles kritisch te bekijken, en geen dogmas klakkeloos te accepteren – wat ik dan wel weer een sympathieke eigenschap vind. En ondanks zijn kleine misvatting over de oorzaak van beriberi (hij was zeker niet de enige Nobelprijswinnaar die zo’n misvatting maakte), was het een zeer gerespecteerde wetenschapper die zich op vele vlakken heeft nuttig gemaakt, waaronder het oprichtten van de Vereeniging tot Bestrijding van de Tuberculose.
Voor degenen die zich afvragen waarom ik in godesnaam een heel l*lverhaal over vitamines aan het typen ben: mijn nieuwe kantoor zit in het gebouw van Eijkman’s oude Geneeskundig laboratorium. Tegenwoordig heet het het Eijkman Institute for Microbiology, met de supersympathieke professor Sangkot als directeur. Wat meer recentere info over het gebouw hier, en leuke column van Dijkgraaf in de NRC over het instituut, trouwens. De Eijkman Oxford Clinical Research Unit is een aftakking van de Tropical Diseases afdeling van Oxford Universiteit, die een ruimte in het gebouw hebben, waar ik in mijn eigen kantoor ‘Viral and Parasitic Zoonoses  Research Manager’ mag gaan spelen. Dat houdt in dat ik de onderzoeken over ziektes die zowel bij mensen als niet-menselijke primaten (apen dus: makaken en OUs) ga managen. Eigenlijk dus precies wat ik nu doe, maar dan betaald, en met een aantal promovendi van Princeton (USA), Cambridge (UK), Oxford (UK) en Indo universiteiten onder mijn hoede voor onderzoek naar malaria, dengue, tuberculose, etc. En zo is het hele verhaal van orangutans-beriberi-Eijkman-infectieziekte-orangutans weer helemaal rond.


Nou ja, helemaal... Er moeten nog wat formaliteiten worden afgerond (oa contract en salaris), maar nu gaat het echt gebeuren – ik heb dus al een aantal keer geoefend met schoenen aan doen, en serieus kijken achter mijn bureau in kantoor met uitzicht op de binnenplaats van dat mooie oudhollandsch gebouw, waardoor je je helemaal niet in Jakarta waant. De elke ochtend 2.5uur filerijden zou je er bijna door vergeten...

Gelukkig is de afspraak dat ik vaak terug naar mijn grote harige oranje vrienden kan blijven gaan....
:-)




zaterdag 14 juli 2012

Turtles!!


Een van de voordelen van “zelfstandig ondernemer” zijn, is natuurlijk dat je op een doordeweekse dag kan denken: ‘hm, ik zou best graag op het strand willen zitten voor een lang weekend’ – en dat je dan meteen in de auto kan stappen en dat ook daadwerkelijk doen. Je zou kunnen zeggen dat er ook nadelen aan vast zitten, vooral als de zelfstandig ondernemer in kwestie al snel de neiging heeft om te zeggen: “ach, laat dat betalen ook maar zitten” op leuke projecten, en je dan voordat je het weet anderhalf jaar verder bent met best wel heel hard werken zonder dat er enig salaris is binnengekomen.. Gelukkig zie IK dat niet als nadeel zolang er nog genoeg buffer op de spaarrekening staat (en volledig vertrouwen heb dat ik heel binnenkort met goed salaristechnisch nieuws kan komen).

Anyway. De makkelijkste keuze voor strand is die in de buurt van Pelabuhan Ratu, op zo’n 110km rijden aan de zuidkust van West Java – ongeveer 3.5uur rijden. Daar zijn een aantal mooie plekken om te surfen: het onder surfers beroemde/beruchte Cimaja – een niet heel snelle, maar zeer grote krachtige rechtse golf die met heel veel lawaai heel veel indruk maakt als hij breekt op de rotsige ondergrond; een mooie kleine maar niet vaak surfbare rechtse by Ocean Queen (naast de favo plek van veel gezinnetjes uit Bogor, en waar we dus ook vaak naartoe gaan), en de beachbreaks bij Sunset die een beetje alle kanten opgaan, maar waar vaak wel iets te beleven is kwa golven. Er is ook nog een andere, blijkbare hele mooie plek in de buurt, maar die heb ik nooit gevonden.. 
Maarja, veel heb je daan niet nodig: n klein, simpel kamertje in een losmen ("logement" - een goedkoop hotelletje) met bed en mandi huren met uitzicht op de golven, surfplank, en een kleine warung op het strand waar ze koffie/thee/mie/bier verkopen.. ‘Savonds heerlijk eten in een restaurant/bar op terras met uitzicht op het water en de zonsondergang (vandaar de naam “sunset” waarschijnlijk ;-) – en waar ze zelfs wijn verkopen (!). Ok, ik heb dan niet veel nodig, maar soms is een glaasje wijn toch ook wel lekker.
De golven waren niet echt fantastisch, en aangezien ik wist dat de mensen waar ik eigenlijk na het weekend  mee zou moeten afspreken een week op werk uitje gingen, toen maar besloten om een paar dagen aan het lange weekend vast te plakken, en naar een nieuwe plek te rijden. Een stukje verder naar het zuiden ligt UjungGenteng, meer bekend onder de surfspot naam “Turtles”. Dit dankzij het zeeschildpadden konservasi projekt wat aan het strand naast de surfspot ligt. Ik was er nog nooit geweest, maar Crool wel, en die had altijd van die mooie opschep verhalen erover, dus een goed moment om die plek eens uit te checken.
Turtles is een hele constante, mooie, grote, holle linkse golf die breekt over een dood koraalrif. Op goeie dagen echt een van de beste plekken ter wereld om te surfen, en een van de lokaties waar van die mooie rechtopstaandesurferindebarrelfotos worden genomen. Naast het feit dat het een hele mooie golf is, is het ook vaak heel rustig in het water: er is 1 (!) lokale surfer, dus de enige mensen die zich in het water wagen zijn een paar buitenlandse surfers. En dat zijn er niet zoveel, aangezien het niet echt lekker makkelijk te bereiken is. Vanaf Sunset deden we er een uur of 5 en half over.. Dit overigens mede dankzij de fantastische navigatie-app op iemand’s telefoon, die ons stuurde over een redelijk onbegaanbaar pad voor het grootste deel, terwijl het toch echt VEEL sneller kan en over een betere weg, bleek op de terugreis..
Maarja, dan kom je daar, en man, wat een mooie plek.... ons losmen had een uitkijktoren over de break, we waren de enige, dus ‘savonds een heel teras voor onszelf, met het geluid van de golven op de achtergrond. Via dezelfde telefoon van die fantastische navigatie App konden we daar ook gewoon internetten, dus Crool gewoon aan de studie terwijl ik in het water lag. Perfect. :-)
Leuk barretje aan het strand met uitzicht op de break, waar de surfers s’avonds samen gingen kijken naar de collega’s in het water – ‘savonds was het best wel heel erg groot, en was ik dus onder de mensen die lekker gingen kijken onder het genot van een koude Bintang.. Overdag was het voor de ietwat minder begaafde surfers – al was ik blij dat ik 2 golven goed had besurfd als ik 2 uur in het water lag... Misschien toch iets te hoog gegrepen...  Maar wel VET! Zeker ook net na zonsopgang, als de golven een soort gouden gloed krijgen, en iedere keer dat je door een golf duikt, en de golf breekt achter je, dan zit je in een spray met regenboog... 
En verder: paddelen op je plankje, en dan komt er opeens een water muur van een meter of 4 aanzetten.... Mooimooimooi..... Als het best lastig is, en het lukt, dan is dat het mooiste dat er is...En zelfs die keren dat die golven je keer op keer pakken, en je maar net op tijd boven water kan komen om te ademen, en je ondertussen helemaal wordt weggedreven naar een nog slechter stuk – dat is MOOI.. Doe daar nog de schildpadjes bij die continue even komen buurten naast je (eccht wel 20x per dag ofzo), En het is HELEMAAL TE GEK!!!!
Nu alleen nog even wat meer oefenen met surfen en meer golven pakken... Maar ook dat komt goed..
Superaardige mensen ook daar, de lokale mensen, maar ook buitenlandse surfers (mooie mengelmoes van duitsers, fransosen, zuidafrikanen, zwitsers, en een superaardige Australier), die heel bescheiden en gewoon leuk waren – geen moeilijkheden wie welke golf pakt - is ook niet moeilijk met maar 4 man in het water en superstrakke sets, maartoch.. Owja, en mooie zonsondergangen, een maansverduistering, en een aardbeving bij (die we helemaal niet gemerkt hebben) - en je hebt de perfecte Indonesische plek gevonden..

Als we daar op ons terrasje zaten, liepen er steeds van die mensen met zaklampen de bosjes in, dus ik een keer op onderzoek naar wat ze nou eigenlijk doen. Bleek dat ze sprinkhanen en dergelijke vangen ‘snachts – handig, want dan slapen ze, en kan je ze gewoon uit de struiken plukken.. Ik dus een uurtje mee insecten vangen, en daarna gingen we bij de warung naast de losmen een aantal slachten. Nou kom ik natuurlijk uit een slagers familie, en heb ondanks mijn 13 jaar vegetarier zijn al best een aantal soorten dieren geslacht, maar insecten was nieuw.. En nu kan ik dat ook. Wilde er ook helemaal bij zijn om te zien hoe dat werdt voorbereid, dus nu kan ik ook thuis – in plaats van de sprinkhanen aan de visjes in de vijver te voeren – een eiwitrijke en biologisch verantwoorde maaltijd bereiden... Best lekker als je ze met veel chili en knoflook frituurt (alles is lekker met chili en knoflook).


Verder gewoon heerlijk relaxed in het water liggen, visjes kijken, lekker eten: zelf gekookt (niet ik dus, maartoch), inclusief “vers geslachte kip” – ownee, want dat is zielig... ;-)
Naast ons losmen stond een stuk land vrij... Mooie plek om een vakantiehuisje te bouwen... we hebben een beetje rondgevraagd, dus wie weet wordt vervolgd....


dinsdag 8 mei 2012

Feli..


Feli was het makaakje waar we vorig jaar een pootje hebben afgehaald tijdens een middagje klussen in het donker. Feli had een beetje ruzie met de wilde soortgenoten, wat uiteindelijk leidde tot de amputasi.. En het is niet een makkelijk, en voornamelijk verwarrend bestaan geweest voor haar.. Eerst had ze een kat als beste vriend, daarna een klein makaakje van een andere soort (die voordat ik een foto kon maken al zijn wilde vriendjes in het bos is gevolgd), en dus moest ze het met de mensen om zich heen doen.. Ondertussen begint ze een beetje te puberen, en kan de menselijke aandacht niet altijd meer waarderen, al komt ze soms uit het niets opeens even buurten en klimt in je benen, of even door het raam in het kantoor.. En als je dan even niet oplet, krijgt ze het voor elkaar om in no-time een ontzettende puinhoop van een kamer te maken :-)

Ze loopt los rond (behalve 'snachts), verbazingswekkend snel op 3 poten, met goed ontwikkelde armspieren, dus klimmen is ook geen probleem, en heeft nu dus maar nieuwe vrienden gezocht: orangutannetjes.


Om een of andere reden blijft ze het moeilijk vinden om met haar eigen soort om te gaan, en ik heb haar al meerdere keren weer aan elkaar moeten naaien na een ongelukkig afgelopen ontmoeting met haar eigen soort... Ligt echt heelvaak open na dat soort ontmoetingen, wat soms best heftig is, met volledig gescheurde armspieren bijvoorbeeld - die we nu wel goed aan elkaar hebben gezet, dus geen behoefte aan nieuwe amputasi acties.


Ik heb een zwak voor de individuen die niet helemaal bij hun maatschappij passen (vind ik wel herkenbaar :-), en ondanks dat er 600 supercute OUs rondlopen, heeft ze toch echt een speciaal plekje in mijn hart veroverd, dus vandaar deze fotos..
Door alle "ongelukjes", en de verminderde kans op loslaten in de wilde groep makaken die bij ons door het centrum lopen, zijn we genoodzaakt om een andere opvangplek voor haar te vinden, en dan hopelijk kan ze losgelaten worden in een groep makaken in het wild - waar ze moet zijn.. Met haar stompje :-)
 
  Verder is het nog steeds genieten in mijn kamertje in het bos. Echt luxe is het natuurlijk nog steeds niet - en misschien ook wel een goed idee om een eigen huisje te huren als "het" allemaal echt doorgaat begint. Asperge die ik ben, blijkt er een mooi resort met zwembad en bier net een paar km verder te zitten. Handig, van die bezoekjes door donors die een dagelijkse portie bier nodig hebben, en dan kom ik ook eens verder dan het hek van het centrum (en sorry, pa en ma, was ook een hele leuke plek voor jullie geweest om te verblijven, maar die kende ik nog niet...). Dezelfde sekte organisatie heeft ook een paar huizen te huur staan... De chef in NM heeft daar ook een huis, en heeft me verzekerd dat je niet mee hoeft te doen met meditasi sessies, dus misschien de moeite waard...
Anyway, mijn huis: De vloer van het huis heeft een aantal gaten, en aangezien we boven het moeras zitten, hebben mijn huisgenoten een mooie hobby bedacht: VISSEN! Zitten ze daar met hun hengel door de vloer - nou ja, niet met de hengel, maar met het touwtje waar de haak aan zit - al rokend en tv kijkend lekker te vissen. En een mooie maaltijd voorbereid: diepgefrituurde (heel kleine) visjes. Wel zo handig en ontsmettend, aangezien in ieder geval mijn wc regelrecht dat moeras ingaat .. Gewoon niet aan denken als je eet. 


En nog steeds mooie wildlife ervaringen in de kamer als je slaapt... Zo heb ik al een vogel gevangen die 'snachts tegen de muur boven mijn bed knalde en in mijn bed viel, zijn er de nodige grote insecten die zwaar ongecontroleerd overal tegenaan vliegen of overheen lopen, en het is blijkbaar handig om de welbekende regels als "check je kleren voordat je ze aandoet" (schoenen doe ik niet aan, maar anders moet dat natuurlijk ook) na te leven als je niet door grote mieren in je edele delen gebeten wilt worden nadat je je onderbroek aantrekt.. 
En natuurlijk de ratten.. Overal zitten ze - je hoort ze continue door de muren en over het plafond lopen... Ze eten mijn zeep op, en lopen wel eens over me heen als ik slaap. Maaar laatst weer een nieuwe ervaring. Wakker worden door een pijnscheut in je teen is niet leuk. Snel zaklamp aan, en zag m nog net wegrennen... Door tot bloedens toe in mijn teen te bijten gaan we geen vrienden worden, ratje...
Ondertussen zijn er in ieder geval 5 minder :-)
wel mooi uitzicht uit mijn raam 'sochtends rond 6am...



RILIS !



Oeps - deze was dus nog niet gepubliceerd - internet verbinding is nogal slecht in het bos, dus dan vergeet ik het publiceren wel eens..


HET grote event van het jaar (de release van de eerste 4 OUs) had eigenlijk al het grote event van vorig jaar, of de jaren daarvoor moeten zijn, maar werd steeds door weer andere redenen uitgesteld... Meestal had dat uitstellen iets te maken met vergunningen, of stukken bos die geleased moesten worden, wat dan uiteindelijk toch weer niet kon omdat iemand er graag palmolie wilde verbouwen, etc,etc,etc..  dat “de dieren ziek zijn”. Handige scapegoat in deze wereld waar je iedereen te vriend wil houden.... Op het laatste moment werd het weer uitgesteld, deze keer omdat de uitgenodigde ‘belangrijke meneer’ graag wlde laten zien hoe belangrijk hij is  wat dan weer resulteert in gewijzigde vliegtickets, hotelkamers, voor een hele club mensen, inclusief het legertje pers – dure grap dus.

Maargoed, het is allemaal - afgezien van de andere problemen van geschikt land vinden (en kosten: $$1.4miljoen) etc - een lastig proces... afgelopen jaar waren de pri-rilis quarantainekooien gebouwd, dieren uitgezocht en getest op enge virussen en bacterieen – wat nog verdomde lastig is in het geval van iets als TB: er is gewoon niet een test die je zekerheid kan geven over de status van al je dieren, ook aangezien mijn oranje vrienden in het algemeen overgevoelig zijn voor de gangbare testen, dus das wel vervelend. Al een paar jaar proberen we met onderzoek wat meer duidelijkheid te krijgen... Voeg daar dan nog een keertje een groot aantal positive testuitslagen (wat dus negatief voor die OUs is) aan toe – een aantal weken voor de rilis -, die wij als dierendokters niet geloofden, en negatief (positief voor de OUs dus) bleken te zijn in de 2 andere labs waar ze later werden getest. Dat kost allemaal tijd, moeite en geld, en is gewoon irritant.

Ook irritant: dat ik al een jaar daar rond heb lopen blaten dat ik geld zou krijgen om onderzoek te doen, Masters studies kon regelen, etc – en dat daar nog bijzonder weinig van was gekomen... 
Aangezien de Masters degree via mij niet echt opschoot, was hoofddierenarts S op gegeven moment maar zelf gaan zoeken, en had een scholarship voor een Australische universiteit gekregen. Volledig terecht, maar wel jammer als dat verreweg de beste kandidaat was voor mij om bij mijn onderzoeken te betrekken.. 
Haar afscheidsetentje ging gepaard met persoonlijke speeches van iedereen (niet echt mijn sterkste punt, maarja, je moet wel, en gelukkig kon het ook in het engels) en de nodige tranen (niet bij mij deze keer - keihanrd ben ik soms..;-). Wat ook bij afscheid (en verjaardagen) hoort heeft te maken met eieren, meel, water met koffie/fruit afval, en heel veel gegil. Gallant als ik ben, heb ik daar natuurlijk niet aan meegedaan toen S onder handen werd genomen.. 
Maar WEL even meegeholpen met vasthouden van M (voor de nieuwe lichting dierenartsen in januari was zij de jongste) toen besloten werd dat zij aan de beurt was. Even later natuurlijk de wraakactie, maar net voordat ze die emmer over me wilde leeggooien: “ah, ik kan dit niet maken bij een oude man”. 
Hmmm.... 
Mooi dat ik niet die meuk over me heenkreeg, en dat mensen hier nog een beetje respect hebben voor leeftijd. Maar ook: “een oude man”??? Damnit, geef mij dan maar een emmer stinkende prut over me heen. Wat dus even later, net nadat ik vertelde dat ik niet van M had verwacht dat ze zo terughoudend zou zijn, dus toch wel gebeurde... 


Maargoed, het ging over de rilis. Eind februari was het dus eindelijk zover, en gingen de eerste 4 (Tarzan - zeker een van mijn favourite dieren - , Monic, Tantri, en Astrid) op pad: verdoven, in transportkooien, op de vrachtauto, in het vliegtuig, nachtje slapen in tijdelijke opvang, en volgende dag anderhalf uur met de helicopter het bos in. We hebben al wel eerder dieren vrijgelaten, maar de plannen voor dit jaar zijn om ook dieren vrij te laten die nooit echt wil zijn geweest, belangrijk genoeg blijkbaar om ook een camerateam van Al-Jazeera op lokatie te hebben. 


Eenmaal in het bos worden ze gevolgd, mede dankzij de radiotransmitters die we onderhuids hebben geimplanteerd (dezelfde als deze) - handig.
Ondertussen is er alweer een hele club vrijgelaten, en staan er meerdere rilises geplanned voor in de nabije toekomst. 
Het hele gebeuren is trouwens te volgen op de eigen rilis-blog
Mooimooimooi allemaal natuurlijk, maar deze jongen is tot nog toe nog steeds niet meegegaan het bos in - en belangrijk(er?) heeft ook (nog?) niet in een heli gevlogen... Tot nu toe bestaat mijn taak uit het passen op de (gezondheid) van de dieren, protocollen schrijven, en het leukste (beroepsdeformatie - is natuurlijk hardstikke zielig, en niet iets dat je leuk mag vinden): het met de blaaspijp verdoven van de dieren voor vertrek - al moet dat uit beeld, aangezien dit een Indonesische operatie is/moet zijn, en ik officieel dat eigenlijk helemaal niet mag doen. 


Action point: lief doen tegen mensen in charge en een plekje in de heli veroveren :-)

dinsdag 6 maart 2012

andere orangutannetjes - en eigen poezzies..

Die organisatie van de makaken en loris net buiten Bogor hebben ook een orangutanopvangcentrum in West Kalimantan, waar ze nieuwe kooien/quarantaine aan het bouwen zijn, en hadden mij gevraagd even te komen kijken/iets slims te zeggen. 
Gratis nieuwe plekken op Kalimantan bekijken in combinatie met andere oranje vrienden hoef ik niet zo lang over na te denken. Nu alleen nog slim proberen overtekomen..
Ik had nog een vliegticket naar NM, om daar het afscheidsfeestje van S (de hoofddierenarts in NM) en eerste “rilis” van 4 orangutans mee te maken. Daarover later meer. mijn verhaal begint dus in NM.

Ticket van Sampit (ongeveer 6uur rijden van NM was me verteld) naar Ketapang was geregeld, ze hadden de boekingscode doorge-smst waarmee ik om 12u kon inchecken, en zouden me ophalen van het vliegveld. Ik dus auto besteld om 5am – je weet maar nooit met het verkeer of wegen hier.. Maar het kan blijkbaar soms ook de andere kant opgaan: 08:25 was ik al op het vliegveld... En ik weet nu heel erg goed dat er niet zoveel te belevenis op of in de buurt van het vliegveld (meer een veredelde bushalte) van Sampit. Na 25minuten vliegen geland in Pangkalangbun om aldaar een uurtje of 5 te wachten, voor een vlucht van een minuut of 50... Dit kan vast efficienter, denk je dan... Maarja, wel leuke vliegtuigjes, en je krijgt een leenparaplu om droog het vliegtuig te verlaten.
Best leuk om even een tijdje in een ander centrum te werken - wat kleiner, maar toch nog een stuk of 40 OUs. Ook is de opzet wat anders, met meer buitenlanders (vrijwillige dierenartsen, maar ook 'ecovolunteers'). 
Ik was nadat ik wat slechte verhalen had gehoord over vakantievierendevrijwilligewereldredders niet zo voor het hele vrijwilliger gebeuren, maar zelfs deze oude sikkeneur kan ook nog zijn mening bijstellen, zo blijkt. Dit is goed en duidelijk opgezet, met vrijwilligers die weten waar ze aan toe zijn en zich graag in het zweet werken - en niet verwachten dat ze de hele dag apen mogen knuffelen (of beter: weten dat ze geen contact mogen maken met de apen). mooi project, en leuke mensen.
 Aangezien wij in NM ongeveer 400 verdovingen per jaar doen, en aardig wat ervaring hebben met screenen voor enge ziektes als TB, kon ik ook even de handen uit de mouwen steken, en tegelijkertijd wat kennis door geven over hoe dat nu allemaal het beste/veiligste kan. Zo hebben we op een ochtend bij 8 OUs even de luchtpijp "gewassen" om monsters te nemen. Mooimooi - en een heel enthousiast en leergierig team om me heen.
Ondertussen werd in Bogor onze Tinto geveld door een blaas vol met kristalletjes waardoor hij niet meer kon plassen, wat niet alleen redelijk vervelend, maar ook levensbedreigend is. Zoals meestal ben ik als er iets met onze eigen dieren gebeurt natuurlijk niet in de buurt, maar Crool's telefoontje maakte de ernst van de zaak al snel duidelijk. Mijn advies om meteen naar de dierenarts te gaan en een kathether in die blaas te stoppen bleek niet zo makkelijk als je zou denken... Helaas is het niveau van de gemiddelde dierenarts hier nog steeds redelijk laag, en werd de ernst van de zaak absoluut niet ingezien, ondanks bezoeken aan meeredere klinieken. Beetje in de trant van "neem maar een asprientje en bel morgen weer".. Tja, en daar sta je dan (ja, Croola dus, ik was alleen maar telefonische backup..)..  
Gelukkig kon ik even bellen met het makaken/lori centrum alwaar de dierenarts wel wilde helpen ondanks dat het haar vrije dag was - een mooi voorbeeld van hoe we elkaar kunnen helpen (ik geef advies over dingen met apen, en zij redden onze katten). En zo hebben ze ons al veel vaker geholpen daar -  jammer dat de enige capabele dierenartsen op een uur rijden in de bergen zitten, maar fijn dat ze altijd voor ons klaar staan.


Niet alle katten kunnen gered worden helaas.  Zo had onze eerste Indonesische kat ("Baru" - 'nieuwe' in het Indonesisch) een rot virus opgelopen (FIP), en konden we afgelopen december niet meer aanzien dat dit virus hem lanzaam sloopte. Tough guy dat hij was, bleef hij vechten ondanks blindheid, een steeds dikker wordende buik met vocht, en een langzame afbraak van zijn spieren.. Gelukkig staan onze vrienden in de bergen ook voor ons klaar voor in Indonesie 'controversiele' beslissingen als euthanasie ... Ibu en Udin waren ingelicht, en alhoewel ze het van hun geloof er niet mee eens kunnen zijn, begrepen ze de beslissing, en stonden Crool, Ibu en Udin ons met tranen in de ogen uit te zwaaien voor de heel lang lijkende rit de berg op..
Bij terugkomst thuis was alles gereedgemaakt voor de Islamitische begrafenis die Udin heel graag wilde doen - hij was ontzettend gehecht aan Baru'tje..
En dan kan ik best vaak lopen zeuren over religie enzo, maar dit was echt zo mooi: gewikkeld in witte doeken, en met de benodigde gebeden werd Baru in de voortuin onder de rambutanboom waar we hem bijna 4 jaar daarvoor vonden begraven.    
Verse bloemetjes op het graf, en - ondanks dat ik altijd dacht dat ik niet veel waarde aan een graf hecht - een hele mooie plek om zo nu en dan (en zeker nadat ik weer even weg ben geweest) Baru te bezoeken...  poezzie...